Hoe ondersteun je íedereen? Docenten crossmediale communicatie in gesprek met studenten over neurodiversiteit
Gepubliceerd: 13 April 2026 • Leestijd: 4 minuten en 7 seconden • NieuwsDocenten krijgen dagelijks te maken met neurodivergente studenten en worstelen met de vraag hoe ze die allemaal ondersteunen, merkt Profielen-stagiair Féline. Ze was uitgenodigd om bij een bijeenkomst van de opleiding crossmediale communicatie een middagje de ervaringsdeskundige uit te hangen op het gebied van neurodiversiteit in het onderwijs.

Praten over hoe het is om als ADHD’er te navigeren in een neurotypisch schoolsysteem, dat doe ik maar wat graag. Dat mag ook wel weer blijken uit de origine van dit verhaal. Een tijdje geleden had ik een van mijn docenten onderworpen aan mijn betoog, of wel ja, ze had ernaar gevraagd. Zelf was ze laat gediagnosticeerd, en vroeg ze zich af hoe het was om, met de kennis dat je ADHD hebt, op school te zitten. Medicatie: wel of juist niet? Struikelblokken, helpende handjes en opvallendheden, ik vertelde er alles over wat ik nog in de laatste tien minuten van het lesuur kon passen.
Zo werd ik een paar weken later gekoppeld aan Claire Coumans, docent bij crossmediale communicatie, die zich ontfermde over een bijeenkomst over exact dit: Hoe is het om neurodivergent te zijn het onderwijs van vandaag de dag? Voor, of eigenlijk samen met, team cmc.
Het zou een gestructureerde middag worden, een korte introductie, ruimte voor de uitgenodigde ervaringsdeskundigen, waaronder ik dus, om hun verhaal te doen, en een vragenronde voor zover nodig. De intentie was er zeker. Echter was de introductie nog geen tien minuten van start toen het vragenvuur opende, en zo was de toon voor dit nuttige gesprek gezet.
Hoe dan?
Als er één vraag is om de middag goed samen te vatten is het wel deze: Hoe dan? Hoe houd ik rekening met al mijn studenten, met en zonder neurodivergentie, studenten die het zelf nog niet weten, of er niets van willen weten, en hoe doe ik dat dan zonder het curriculum uit het oog te verliezen?
Het antwoord op die vraag is, zoals veel sociaal maatschappelijke vraagstukken, genuanceerder dan gehoopt. Iedereen faciliteren is een onmogelijke opgave. De ene ADHD’er is de andere niet, en wij zijn ook lang niet de enige studenten met neurodivergentie waar je mee te maken krijgt. Neurodivergentie is een parapluterm voor heel veel dingen, en laten we ook de twintig klasgenoten die wél prima aan de slag kunnen met een simpele instructie en de pomodoro-techniek niet vergeten.
Vraag je studenten eens naar welke onderdelen van een opdracht of onderwerp ze aanspreekt, en welke juist niet.
Wel waardevol, en iets waar mijn neurodiverse metgezel en ik deze middag ook meerdere keren op gehamerd hebben, is begrip. Veel docenten die ik gedurende mijn schoolgaande jaren heb gesproken zeggen ook écht begrip te hebben voor hun strugglende studenten, maar leerlingen bevestigen dit zelden. Ik denk dat dit komt omdat het begrip er weldegelijk is, maar we dit weinig terugzien. Vraag je studenten eens naar welke onderdelen van een opdracht of onderwerp ze aanspreekt, en welke juist niet. Voor de neurodiversen is dit vaak het grootste struikelblok, het overgrote deel van ons heeft nou eenmaal enige vorm van tekort aan het stofje dat niet alleen focus, maar ook geluk brengt.
Maar hoe dan wel?
Nou moeten docenten zich ook gewoon aan het curriculum houden, dus hele ingrijpende veranderingen zullen niet in een handomdraai gebeurd zijn. Maar het kan geen kwaad om eens in een beoordeling op te nemen dat je ziet dat een bepaald onderwerp echt iets aanwakkert in een student. Of juist dat je weet dat een van de onderdelen een flinke hindernis is geweest, maar dat je ziet dat die student er ondanks dat veel tijd en moeite in heeft gestoken. Het staat misschien niet als een huis, maar het staat ten minste.
Ik hoorde die middag van meerdere kanten dat menig docent het best spannend vindt om hun studenten over dit onderwerp te bevragen, omdat lang niet iedereen hier goed op reageert. Er zijn ook studenten die niets van het woord ‘neurodivergentie’ moeten hebben, en ook ik spreek lang niet voor iedereen, maar persoonlijk ken ik niemand die liever heeft dat docenten aannames over hen doen, dan dat ze er gewoon eens naar vragen. De meeste van ons zien het alleen maar als een teken van gezien worden.
Voor mij, en heel veel van mijn neurodiverse én neurotypische medestudenten geldt dat je ook gewoon te maken hebt met jonge mensen met een nog lang niet ontwikkeld brein.
Een sentiment dat ik zelf maar al te goed ken, en dat ik die middag ook eens uit een andere hoek hoorde, is er een die ik aan iedereen in het onderwijs zou willen meegeven: ik kan niet vragen wat ik niet weet! Als ik denk dat ik een opdracht begrijp, maar er halverwege achter kom dat ik toch een memo heb gemist, is de zin ‘waarom heb je het niet gevraagd toen ik het uitlegde?’ nogal ontmoedigend. En als ik een opdracht niet inlever zoals een docent van mij verwacht, maar ik zelf in de veronderstelling ben dat ik het wel goed heb gedaan, is de opmerking ‘dat stond gewoon in de studiehandleiding’ ook niet helpend.
We hebben soms wat meer begeleiding nodig dan je denkt. Ja, het is het hbo, en ja, we moeten leren zelfstandig te zijn. Maar voor mij, en heel veel van mijn neurodiverse én neurotypische medestudenten geldt dat je ook gewoon te maken hebt met jonge mensen met een nog lang niet ontwikkeld brein. Mensen die echt niets hebben aan de vraag ‘wat denk jij dat ik met mijn feedback bedoeld heb?’
Honderd mensen, honderd wensen
In tegenstelling tot hoe ik zo nu en dan benaderd word, ben ik toch echt niet didactisch opgeleid. Een geheel nieuw lesplan maken om iedereen tegemoet te kunnen komen, daar ben ik dus lang niet voor bevoegd. En ook ik ben maar één persoon. Honderd mensen, honderd wensen. Ik kan wél een kijkje in mijn belevingswereld bieden, en dat heb ik in ieder geval voor mijn eigen opleiding kunnen doen. En hoewel ik er graag over praat, wordt de lof die ik hiervoor in ontvangst mocht nemen evengoed gewaardeerd.
Tekst: Féline van der Graaf
Illustratie: Demian Janssen
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.






Volgens mij spreek ik voor het hele docententeam als ik zeg: dank je dat je jouw ervaringen met ons wilde delen. Sommige vragen stel ik als docent te weinig, daar ben ik me echt van bewust geworden. En zeker een interessante en relevante vraag: hoe houd ik rekening met neurodivergente studenten zonder de rest tekort te schieten? Maar wat mij betreft zijn een hoop ‘aanpassingen’ die je doet voor hen, niet zo relevant voor studenten die geen neurodivergent brein hebben. Denk aan de redelijk eenvoudige stap om bij zelfstandig werken mee te geven dat het in het lokaal stil is en dat je op de gang mag overleggen (in plaats van andersom).