Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
15 juli 2026

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

Niet naar college, wel naar de bijbaan: studenten besteden minder tijd aan studie

Gepubliceerd: 26 January 2026 • Leestijd: 9 minuten en 25 seconden • Nieuws

Ze werken naast hun opleiding en de collegezalen zijn opvallend leeg: studenten doen steeds minder voor hun studie. ‘Zelfs als ik het geld niet nodig had, zou ik dit werk waarschijnlijk toch doen.’

Annelore, tweedejaars student hbo-verpleegkunde, heeft een bijbaan in de ouderenzorg. ‘Ik kan doordeweeks geen vaste dagen garanderen omdat mijn rooster vaak verandert, daarom werk ik in het weekend.’ Het liefst zou ze twee vaste lesdagen hebben, zegt ze. Dan kan ze daaromheen haar werk en zelfstudie organiseren. 

Studie lijdt er soms onder

Rover zit in zijn laatste jaar van de wo-bachelor humanistiek en werkt twintig uur per week naast zijn studie. ‘Ik sta achter de bar bij een poppodium. Dat is heel leuk, want je spreekt veel mensen, maar de nachtdiensten zijn erg vermoeiend.’ Zijn studie lijdt er soms onder, geeft hij toe.

Zij zijn geen uitzondering. Van alle 325 duizend bachelorstudenten aan universiteiten en hogescholen heeft 62 procent inkomsten uit een bijbaan, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS.

Steeds meer mensen maken zich zorgen, want bijbaantjes gaan ten koste van studeren. Ook zijn er aanwijzingen dat studenten steeds minder in de les komen opdagen. Hoe valt het tij te keren?

Eén of anderhalve dag in de week

Hbo-studenten werken iets meer uren dan hun wo-collega’s. Vaak gaat het om één of anderhalve dag in de week (44 procent van alle bijbaantjes), maar een bijna even grote groep hbo’ers werkt tussen de 12 en 35 uur. Verpleegkundestudent Annelore doet dat ook, en het valt haar niet altijd mee: ‘Het is lastig om vrije tijd te hebben als je een volle lesweek combineert met een weekend in de zorg.’

Eén op de acht werkende hbo’ers heeft zelfs een fulltime baan naast de studie. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan ouderejaars die alleen nog hun eindopdracht moeten afmaken en al een echte baan hebben gevonden.

‘Werk gaat vaak voor studie’

Natuurlijk heeft al dat werk gevolgen voor de studie. Neem Rover, die zo’n twintig uur per week werkt. ‘Ondanks mijn nulurencontract verwacht mijn werkgever dat ik altijd kom, ook in tentamenweken. Werk gaat dan vaak voor op de studie’, zegt hij. Cijfers van de jaarlijkse Studentenmonitor bevestigen dit: als studenten een vaste bijbaan hebben, besteden ze minder tijd aan studeren.

Hier komt bij dat studenten naar eigen zeggen steeds minder tijd aan hun opleiding besteden. Hier en daar breekt paniek uit door de komst van ChatGPT en andere AI-programma’s, waarmee studenten hun schrijfopdrachten zouden maken. Dat is op zich logisch, maar de ‘studeercrisis’ is al eerder begonnen.

Inzet voor opleiding kalft af

In 2018, ruim voor de doorbraak van AI, was 60 procent van de hbo’ers (naar eigen zeggen) meer dan 30 uur per week met de opleiding bezig: colleges, werkgroepen, zelfstudie enzovoorts. Maar hun inzet kalft af. In de laatste cijfers (2024) blijft het percentage nog maar net boven de 50. In het wetenschappelijk onderwijs zie je zoiets ook gebeuren, al is het effect kleiner.

Eigenlijk is het gek dat studenten zoveel uren naast hun opleiding werken. Studies zouden in principe 40 uur in de week moeten kosten. Daar is het aantal studiepunten ook op gebaseerd. De een leert misschien sneller dan de ander, maar eigenlijk zouden studenten de hele week aan hun opleiding moeten besteden.

Toch melden enkele hogescholen op hun websites dat een bijbaan prima kán. De Christelijke Hogeschool Ede: ‘En je hebt meestal 1 roostervrije dag per week. Mooi voor je bijbaan naast je studie!’ Avans schrijft: ‘Maar je hebt ook zeker nog tijd over om andere leuke dingen te doen of een bijbaantje te hebben.’

Studenten eisen flexibele opstelling van opleiding

Een bijbaan is zo gebruikelijk geworden dat studenten eisen stellen aan hun opleiding: die moet zich een beetje flexibel opstellen, vinden ze. Verpleegkundestudent Annelore zou graag zelf haar planning maken. ‘Maar docenten verwachten dat wij elke dag van negen tot vijf uur op school met de studie bezig zijn’, zegt ze.

Voor humanistiekstudent Rover is het makkelijker, want hij krijgt maar op twee dagen les. Hij werkt niet alleen bij het poppodium, maar zit ook in de universiteitsraad. Daar is hij ongeveer een dag per week aan kwijt.

Met een overvloed aan bijbaantjes en steeds minder studietijd kun je één ding op je vingers natellen: studenten slaan weleens een college of werkgroep over. Zeker als ze geen aanwezigheidsplicht hebben.

Onderzoek HvA: 9 van de 30 studenten aanwezig

Izaak Dekker, onderzoeker bij de Hogeschool van Amsterdam (en voorheen werkzaam op de Hogeschool Rotterdam), analyseerde de opkomst bij zeven HvA-opleidingen die het bijhielden. Zij noteerden een gemiddelde aanwezigheid van slechts 30,6 procent, inclusief de verplichte uren. ‘Dit betekent dat er gemiddeld maar negen studenten zitten, terwijl een docent er dertig verwacht.’ Anders gerekend: een student komt maar naar drie van de tien colleges.

Is dit overal zo? Verpleegkundestudent Annelore ziet ook dat klassen soms maar halfvol zitten. Ze probeert zelf alles te volgen, maar begrijpt medestudenten die ver weg wonen en niet willen reizen voor slechts twee uur les.

Aanwezigheid wordt zelden bijgehouden

Vrijwel iedereen in het hoger onderwijs kent waarschijnlijk de verhalen over halflege collegezalen, maar harde cijfers zijn er niet of nauwelijks. De aanwezigheid wordt zelden bijgehouden, in elk geval niet centraal.

Onderzoeker Rick Ikkersheim (Hogeschool Inholland) is gespecialiseerd in studiesucces. Hij noemt het gebrek aan harde cijfers een blinde vlek: ‘Het verhogen van die aanwezigheid is de kortste route naar een lagere uitval van studenten. Als je hiermee aan de slag wilt, dan moet je wel eerst weten hoe het nu met die aanwezigheid is.’

Afwezige studenten zijn blijkbaar niet gemotiveerd, krijgt Ikkersheim te horen als hij hierover praat. Maar je kunt dit niet zomaar op studenten afschuiven, vindt hij. Je moet kijken wat er aan de hand is.

Hernieuwde aandacht voor aanwezigheidsplicht

Er is hernieuwde aandacht voor aanwezigheidsplicht. Sommige universiteiten, zoals de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Leiden, stellen werkcolleges voor eerstejaars rechten verplicht en monitoren hun aanwezigheid met speciale software. Op de Hogeschool Rotterdam werken enkele met aanwezigheidsplicht, de opleiding social work is daar overigens weer (tijdelijk?) mee gestopt.

Te vaak afwezig? De consequenties kunnen pittig zijn; in een uiterste geval volgt uitsluiting van het tentamen. En dat is niet voor niets, laat het ‘team aanwezigheidsplicht’ bij de Vrije Universiteit weten. ‘Het missen van werkcolleges bij rechten in het eerste jaar heeft nu gevolgen voor hun studievoortgang. Ze kunnen het niet afkopen met een vervangende opdracht.’

Komen deze studenten dan niet in de knel met hun bijbaan? Als ze serieus hun diploma willen halen, zullen ze echt wel naar de verplichte lessen komen, menen ze bij de Vrije Universiteit. Dan werken ze maar wat minder.

‘Studenten zijn volwassen’

Voorzitter Sarah Evink van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft moeite met dit soort ingrepen: ‘Studenten zijn volwassen en hebben heus wel door wanneer ze er echt moeten zijn. En als het misgaat, leren ze daar ook weer van.’ Omgekeerd wil ze ook niet zeggen dat de aanwezigheidsplicht verkeerd is. ‘Ik denk dat maatwerk belangrijk is en dat keuzes over aanwezigheid dicht bij de opleiding gemaakt moeten worden.’

Izaak Dekker is er na zijn onderzoek anders over gaan denken. Docenten lijden onder lege klassen en hebben minder plezier in hun werk. En studenten leren letterlijk minder. Dekker: ‘Docenten moeten bij vakken in jaar twee en drie veel stof herhalen, omdat er zo weinig kennis beklijft van het eerste jaar.’

Wie vaak aanwezig is in de lessen, zeggen onderzoekers, valt minder vaak uit. Je weet alleen niet zeker hoe dat komt. Misschien doen deze studenten gewoon meer hun best en zouden ze het sowieso wel redden. Voor studenten voelen de lessen niet altijd cruciaal.

‘Zonder dit baantje kan ik mijn collegegeld niet betalen’

Daar komt bij dat voor studenten twee dingen samenkomen: het leven is duur en hun bijbaan is leerzaam. ‘Zonder dit baantje kan ik simpelweg mijn collegegeld niet betalen’, zegt Annelore. ‘Maar zelfs als ik het geld niet nodig had, zou ik dit werk waarschijnlijk toch doen voor de praktijkervaring.’

Zo denkt Rover er ook over. Hij heeft de inkomsten nu hard nodig om zijn hoge huur te betalen, maar in zijn werk voor de universiteitsraad en het poppodium doet hij allerlei professionele vaardigheden op. ‘Het is gewoon leuk om in verschillende omgevingen te werken.’

Beide studenten vinden dat een bijbaan niet noodzakelijk zou moeten zijn voor basisuitgaven. Maar dat is nu eigenlijk wel zo. Volgens het Nibud kost studeren (huur, boodschappen, collegegeld enzovoorts) bijna 1.200 euro per maand, terwijl de basisbeurs voor uitwonenden slechts 324 euro bedraagt.

Hbo’er verdient 833 euro per maand met werk en/of stage

Een hbo-student verdient gemiddeld 833 euro per maand met werk en/of stage; een wo-student komt tot 690 euro. Bijna vier op de tien studenten heeft géén bijbaan; de vraag is hoe zij het dan redden.

ISO-voorzitter Evink weet het wel: ‘Sommige studenten hebben het geluk dat hun ouders veel bijdragen. Anderen kunnen gewoon geen bijbaan hebben, zoals studenten geneeskunde. Zij zijn soms letterlijk van zeven uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds weg voor hun coschappen. Zij bouwen dan een hoge studieschuld op.’

Uiteindelijk zegt 57 procent van de studenten makkelijk rond te komen (Nibud, 2024), maar een flinke groep heeft er moeite mee. Studentenorganisatie ISO pleit daarom voor een hogere basisbeurs van 530 euro.

Werkgevers profiteren

Moeten we dan maar accepteren dat studenten sowieso werken en minder tijd aan hun opleiding besteden? Werkgevers zullen er allicht niet om rouwen. Zij profiteren van de studenten als goedkope, flexibele schil in een krappe arbeidsmarkt. Veel studenten werken ook op onregelmatige tijden.

Annelore en Rover hebben een voorkeur voor vaste werkdagen bij hun werkgever, zeggen ze, maar ze komen weleens in de problemen met hun wisselende studieroosters. Ze zouden graag vaste dagen in de week vrij hebben.

Studenten hebben behoefte aan regelmaat

Ikkersheim van Inholland snapt dat wel. Opleidingen moeten allereerst een goede structuur bieden, zegt hij. De meeste studenten hebben behoefte aan regelmaat, zowel in het onderwijs als in hun privéleven. ‘Ik denk dat veel studenten in de praktijk hun studie als parttime aanvliegen. Als wij het onderwijs niet verplichten, dan kiezen ze voor activiteiten die wél een verplicht karakter hebben, zoals werk, sport of iets sociaals.’

Dus zit er wat Ikkersheim betreft maar één ding op: aanwezigheid moet weer de norm worden. Er moet een cultuurverandering komen. Hij pleit voor een ‘wederzijdse verplichting’: studenten moeten naar colleges komen, zeker in het eerste jaar, in ruil voor betrokken docenten en een aantrekkelijk rooster dat ruimte biedt aan een bijbaan zonder schade te berokkenen aan de inzet van studenten.

Uitval en studiesucces blijven stabiel

Dat studenten meer werken en minder studeren, heeft niet meteen gevolgen voor hun kansen op een diploma. Het leidt bijvoorbeeld niet tot hogere uitval. In het eerste studiejaar van het hbo is de uitval 14 procent, zelfs iets lager dan voorheen. In het wo is dat gemiddeld 5 tot 7 procent.

Maar het studiesucces is toch al niet zo hoog. Veel studenten lopen vertraging op. In het hbo behaalt ongeveer 52 procent het diploma binnen vijf jaar (met hooguit een jaar uitloop). Aan de universiteit weet slechts 64 procent binnen vier jaar de (driejarige) wo-bachelor af te ronden. Dat is schrikbarend laag, vindt onderzoeker Rick Ikkersheim (Inholland). ‘Als het hoger onderwijs een bedrijf was geweest, was het al failliet gegaan.’

Studentenorganisatie ISO neemt het voor de studenten op. Studievertraging heeft een te negatieve lading gekregen, vindt voorzitter Evink. Want wat noem je succes? Het studietempo maakt volgens haar niet zoveel uit, zolang je maar over de eindstreep komt. ‘Als je studenten vraagt wanneer ze hun studie succesvol vinden, is het meest gegeven antwoord ‘een diploma behalen’ en het minst gegeven antwoord ‘nominaal afstuderen’. Studenten vinden zelfontwikkeling belangrijker.’

Maar als die vertraging voortkomt uit een gebrek aan inkomsten, dan is het een ander verhaal. Evink maakt zich zorgen over de vele studenten met een omvangrijke bijbaan: ‘Veel studenten werken meer dan 16 uur. Dat gaat ten koste van hun mentale gezondheid.’

Vastgoedkunde op de HR: aanwezigheidsplicht én roostervrije dagen

Bij vastgoedkunde op de Hogeschool Rotterdam komen de studenten in ieder geval wel, zegt onderwijsmanager Maarten van Os. Dat heeft alles te maken met een compleet vernieuwd curriculum, waarin alle bijeenkomsten verplicht zijn. Daarnaast is expres in het rooster minimaal één roostervrije dag gepland die de student vrij kan invullen, vertelt hij. ‘Eerstejaars moeten drieënhalve dag op school zijn en tweedejaars tweeënhalve dag. Dat vinden ze niet altijd even leuk, maar de student weet wel waar hij aan toe is. Die voorspelbaarheid vinden studenten heel belangrijk.’

Als studenten in die drie a vier dagen hun best doen, hoeven ze thuis nog nauwelijks iets aan hun studie te doen. ‘Dan kunnen ze hun weekend lekker feesten of werken’, zegt Van Os. Is dat niet gek voor een voltijdsopleiding? ‘Weet je, de realiteit is dat als studenten echt drieënhalve dag aan hun studie zitten, dat soms al veel meer is dan ze bij andere opleidingen halen. En ze moeten hier echt vol aan de bak.’ 

Het effect van het nieuwe curriculum, met aanwezigheidsplicht, is te zien in de cijfers die de opleiding bijhield: de gemiddelde aanwezigheid in jaar 1 en 2 is 80 procent. ‘Dus we hebben nu in januari ook nog volle klassen. Er werd hier hard gewerkt met veel liefde voor de student, maar we hadden een lage aanwezigheid en laag studiesucces. Nu lukt het ons om ze binnenboord te houden.’

Over deze aanwezigheidsplicht overlegde Van Os regelmatig met onderzoeker Izaak Dekker (die tot vijf jaar geleden docent en beleidsadviseur was van de HR): ‘Verplichte aanwezigheid is niet altijd makkelijk. En het wil niet zeggen dat studenten mentaal ook altijd aanwezig zijn. Maar zoals Dekker zei: als ze er zijn, leren ze. Als ze er niet zijn, leren waarschijnlijk alleen de studenten die het goed voor zichzelf kunnen organiseren.’

Tekst: HOP, Meryem Janse en Bas Belleman, lokale aanvullingen: Profielen
Foto: Asli Kosker

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief!


LinkedIn LogoProfielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.

Recente artikelen

Recente reacties

Reacties

Laat een reactie achter

One Response to Niet naar college, wel naar de bijbaan: studenten besteden minder tijd aan studie

  1. ‘Studenten zijn volwassen’, is feitelijk onjuist: veel eerstejaars student die vers van de havo komen zijn 17, en soms pas 16 jaar oud. En ook bij een 18-jarige kun je je afvragen of je die de verantwoordelijkheden moet geven die horen bij een volwassene.
    ‘En als het misgaat, leren ze daar ook weer van’. Ja, maar tegen de tijd dat de les geleerd is, zijn ze al uitgevallen. Dit leerproces vraagt om stevige begeleiding en sturing, ook wanneer dat voor de student zelf misschien niet zo prettig is. (en natuurlijk om onderwijs dat, zelfs al is het niet verplicht, wel zo urgent aanvoelt, dat studenten er zelf bij willen zijn)

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Comments worden door de redactie gemodereerd. 's Avonds en in het weekend gebeurt dat niet standaard, en kan het dus langer duren voor je opmerking online komt.
  2. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  3. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  4. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  5. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  6. Geen commerciële boodschappen.
  7. Niet op de persoon spelen.
  8. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  9. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  10. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Aanbevolen door de redactie

Back to Top