Studenten en docenten over ADS&AI: ‘Alarmsignalen moeten leiden tot verbeterplannen’
Gepubliceerd: 14 July 2026 • Leestijd: 12 minuten en 59 seconden • NieuwsStudenten gaven de opleiding Applied Data Science & AI dit voorjaar voor het tweede jaar op rij een matige beoordeling in de studentenenquête NSE. De opleiding kreeg een 3,0 op een schaal van 0 tot 5. Daarmee scoort ADS&AI net als in 2025 onder de ‘signaleringswaarde’ van de HR. Profielen ging in gesprek met docenten en studenten: waar liggen de problemen, en welke oplossingen zien ze?
Directeur Heleen Elferink van CMI, het instituut waartoe ADS&AI behoort, heeft gereageerd op de kritiek, zie het kader aan het eind van het artikel.
Uit de gesprekken met studenten en medewerkers wordt duidelijk dat docenten niet altijd op één lijn zitten over het onderwijsconcept, er gebrek is aan ontwikkeltijd voor het onderwijs in de hogere leerjaren, en dat het voor studenten regelmatig niet duidelijk is hoe hun beoordeling tot stand is gekomen.
Naast de lage NSE-scores lieten ook medewerkers hun onvrede blijken, in het werkbelevingsonderzoek (Wbo). Daar scoort ADS&AI eveneens al twee jaar beneden de ondergrens die de Hogeschool Rotterdam hanteert. Vooral op thema’s als samenwerken, kwaliteit, sociale veiligheid, werkdruk en (piek-)belasting vallen veel (zware) onvoldoendes. Een interne audit naar aanleiding van de slechte NSE van 2025 had flink wat kritische bevindingen.
Een gebrek aan gedeelde visie binnen het het docententeam is een terugkerend thema in gesprekken met studenten en docenten van de opleiding. ‘Het team zit vanaf dag 1 met zichzelf in de knoop’, zegt docent Anton*.
‘Verwarrend voor studenten’
De opleiding ADS&AI is opgezet volgens het geïntegreerd studio-concept; een innovatieve benadering waarin de ‘studio’ functioneert als een open, creatieve werkplaats, er wordt samengewerkt met partners buiten de school en vakken worden niet afzonderlijk gegeven, maar verweven in opdrachten. Bij ADS&AI gaat het dan om de technische skills, de professionele vaardigheden en responsable AI. ‘Op zich is er een duidelijk concept, maar er is veel ruimte om als docent je eigen ding te blijven doen, en dat kan verwarrend zijn voor studenten’, zegt ADS&AI-docent Jeanet*.
Studenten ADS&AI signaleren dat probleem ook. ‘De aansluiting tussen de drie vakken ontbreekt vaak, zegt derdejaars Mitch*. ‘De communicatie tussen docenten is ook niet helder en dat zorgt voor misverstanden’, valt zijn klasgenoot Wesley* bij.
In een gesprek over de opleiding vorig jaar verklaarde opleidingsmanager Nathalie Keurentjes de problemen uit de snelle groei van het team, en de jonge opleiding: ‘Wat de teamontwikkeling betreft zitten we nog in de ‘storming’ fase’, zei ze destijds. ‘We hebben een heel divers team, met mensen uit de praktijk en ervaren onderwijsmensen.’ Aanleiding voor het gesprek was toen de gekelderde score in de Keuzegids; de opleiding ging van 72 punten in 2024 naar 38 punten in 2025. Ze benadrukte destijds ook dat het concept voor studenten nieuw was: ‘Geïntegreerd onderwijs zoals wij geven – een visie waar we helemaal achterstaan – brengt veel, maar studenten moeten er ook aan wennen.’
Uit gesprekken met studenten rijst een ander beeld op, die zaten er in jaar 1 juist wel lekker in. ‘Het eerste jaar was best wel positief’, zegt Mitch. ‘Ik had zelf het gevoel dat het wel wat sneller mocht, maar ik ben ook best ambitieus’, ‘Jaar 1 was goed georganiseerd, leuke opdrachten, betrokken opdrachtgevers’, zegt ook derdejaars Olaf*.
Cijfers uit de 100-dagenonderzoeken die de HR onder eerstejaars doet lijken dat te ondersteunen; die wijken voor ADS&AI niet noemenswaardig af van HR-gemiddelden. ‘Ik heb het gevoel gehad dat ze jaar 1 redelijk hadden georganiseerd, maar de opvolgende jaren nog niet’, zegt vierdejaars Mees* die bij de eerste lichting studenten ADS&AI hoorde en bijna afstudeert.
De kritiek van de derde- en vierdejaars die Profielen sprak gaat vooral over de leerjaren 2 en 3. Daar misten ze structuur en inhoud die het eerste jaar wel bood. Derdejaars Joost*: ‘Je gaat van ‘aan het handje houden’ in één keer naar ‘verzuipen’.
‘Ik wist al snel: dit gaat niet goed’, zegt student Mees over zijn tweede jaar. ‘We hadden in jaar 1 een bepaalde lesopbouw en semesterstructuur en die werd in jaar 2 helemaal omgegooid. Waarom? Daar heb ik nog altijd geen antwoord op. ‘
‘We hadden in jaar 1 een bepaalde lesopbouw en semesterstructuur en die werd in jaar 2 helemaal omgegooid. Waarom?’
Dat jaar schreef een groep van 21 studenten een brandbrief naar de opleiding over de problemen waar ze tegenaan liepen. Zo moesten ze voor het ‘perined-project’ werken met een te kleine dataset, op een server die traag was, waardoor de studenten hun opdrachten niet goed konden uitvoeren. Daarnaast ervaarden ze een tekort aan onderwijs in technische skills (‘is dit alles?’), pleitten ze voor terugkeer naar de structuur van jaar 1, inclusief de STEM-vakken (Science, Technology, Engineering, and Mathematics), en waren ze kritisch op gastlessen en events waar ze naar hun mening weinig aan hadden.
‘Na de brief was in jaar 3 enige verbetering te zien’, zegt Mees. ‘In jaar 2 zag ik het minder. Bepaalde punten die echt ‘quick fixes’ waren zijn helaas niet opgepakt. De opleiding was verbaasd over onze brief, ze zagen het zelf niet, ze zagen wel een lage opkomst en interesse. Na de brief hebben ze wel studentarena’s (een methode om feedback van studenten op te halen, red.) vervroegd.’
Zelfde problemen
De huidige derdejaars zijn verbaasd te horen over de brief, aangezien ze in hún tweede jaar deels weer tegen dezelfde problemen aanliepen: ‘De dataset van perined kregen wij ook veel te laat’, zegt derdejaars Joost. ‘We hebben vaker meegemaakt dat er een project startte en we geen dataset kregen. Er wordt dan gedaan of het zo bedoeld is, dat je het juist zelf moet uitzoeken. Dat voelt alsof ze je een vork geven om soep te eten, en van je verwacht wordt dat je het daarmee net zo snel kunt.’ Mitch: ‘Het sentiment is dat pro-activiteit goed is. Daar kan ik ook wel inkomen, maar sommige docenten schieten erin door.’
De structuur van jaar 1 was écht heel anders, zeggen de derdejaars. Ook zij hebben behoefte aan meer technische skills. Mitch: ‘Ik zou graag een alternatief zien voor semester 6, het interdisciplinaire project. Ik heb er met veel studenten over gesproken en werkelijk niemand heeft hier nou echt iets nieuws geleerd op het gebied van onze opleiding. Dat vind ik zelf zo onwijs jammer, omdat er nog zoveel te behandelen is. Extra zuur ook omdat dit bij de open dag wel is beloofd.’
Ook de derdejaars schreven dit studiejaar, na ‘een druppel die de emmer deed overlopen’, een brief naar de opleiding. Die druppel was dat de studenten na een assessment voor de technische competentie eind januari, begin juni nog geen feedback hadden ontvangen. Dat gebeurde al vaker: de onderbouwing van beoordelingen kwam vaak laat of niet. ‘En feedback is dan vaak erg generiek’, zegt Wesley.
Onduidelijke beoordeling
Veel pijnpunten in de brief hangen samen met onduidelijkheid rond de beoordeling. Zo loopt een projectbeoordeling van O (onvoldoende) via V en G naar U (uitstekend), maar ligt het ‘plafond’ bij één onderdeel volgens de docent op G. ‘De toepassing van O, V, G en U levert onder studenten wel vaker frustratie op over de hele opleiding heen gezien’, schrijven de studenten.
Ze ervaren een gat tussen de werkelijke prestatie en de gegeven beoordeling, en de afronding valt vaak nadelig uit. Dat kan vervelende gevolgen hebben; Derdejaars Lukas* vertelt over een studiegenoot die een pre-master wilde doen. ‘Er werd gecommuniceerd ‘met een ruime voldoende kom je erin’. Dat bleek echter niet zo te zijn, je moet een 7,5 gemiddeld staan. De afronding werkte in haar nadeel. Ze kon de pre-master niet doen en is nu gestopt met de opleiding.’
De briefschrijvers melden ook dat tijdens het werken aan het onderzoeksverslag een rubric is gedeeld, maar dat een andere rubric is gebruikt voor de beoordeling: ‘Deze rubric verschilde flink ten opzichte van de eerder gedeelde rubric.’
Dat beoordelingen niet altijd duidelijk onderbouwd zijn, brengt het gevaar mee dat studenten het gevoel krijgen dat persoonlijke voorkeur meeweegt. Een thema dat door de studenten meermaals ter sprake wordt gebracht. ‘In een van de semesters kreeg ik een V’, vertelt Joost, ‘terwijl het gesprek waarvoor ik het cijfer kreeg best slecht ging. Toen ik om onderbouwing vroeg gaf de docent aan dat ze vond dat er te veel mensen met een onvoldoende waren. Ik was in de omgang best sociaal met deze docent.’ Vierdejaars Mees: ‘In semester 6 was ik heel kritisch, en had ik een beetje bonje met de organisatoren. Ik haalde vervolgens een onvoldoende voor een opdracht, terwijl ik op summa cum laude afstuderen stond.’
De derdejaars vertellen over een docent die ook studenten in zijn eigen bedrijf aan het werk had. Docent Jeanet vindt dat zeer onwenselijk, maar constateerde dat het door de opleiding werd gedoogd: ‘Ik vind het bizar dat niet iedereen ziet hoe problematisch dit is.’
De studenten voeren ter verdediging aan dat de werkdruk bij de docenten te hoog is. Docent Jeanet erkent dat: ‘Werkdruk en tijdnood kunnen leiden tot knippen en plakken in plaats van een echt goede beoordeling uit te werken en met studenten te bespreken. Dat merk ik bij mezelf ook weleens.’
Overvraagd
Docent Jeanet zag al wat collega’s vertrekken en ‘denkt best vaak aan ontslag nemen’: ‘De slechte score in het Wbo was voor mij geen verrassing. Door de werkdruk respecteren mensen elkaars werktijden niet altijd. Als je een keer je grenzen aangeeft levert dat eigenlijk meer werk op, door de druk die dan wordt uitgeoefend. Betrokkenheid is er wel maar mensen zijn ook overvraagd, de rek is eruit. Je wilt het tegelijkertijd gewoon goed doen voor studenten, dat is ook de reden dat zoiets in stand blijft, je wilt het niet laten klappen.’
Het naar eigen zeggen ‘kritische groepje’ derdejaars neigt inmiddels naar zo pragmatisch mogelijk naar het diploma werken. Dat doen de meeste ADS&AI-studenten, denken ze. ‘Je wordt een beetje apathisch’, zegt Mitch. ‘Olaf: ‘Ik heb het op een bepaald punt opgegeven, het is nu einde semester 6 en we praten nog over semester 5.’
‘Ik heb echt veel feedback gegeven maar kreeg het idee: het haalt niets uit.’
Joost: ‘Er zijn weinig NSE’s ingevuld, als honderd procent was ingevuld dan was het cijfer waarschijnlijk nog lager uitgevallen.’ Lukas: ‘Ik heb echt veel feedback gegeven maar kreeg het idee: het haalt niets uit.’ Joost: ‘Klagen in studentarena’s voelt niet zo zinvol. Punten die we aandragen, generieke lessen worden niet getrokken.’
Docent Anton heeft ook twijfels over de studentarena’s: ‘De opkomst is selectief en persoonlijk vind ik het geen veilige setting. Voor studenten is het ook niet fijn, je vertelt je verhaal terwijl de docenten achter je zitten. Het is goed om met studenten in gesprek te gaan, maar voor structurele feedback vind ik dit niet geschikt.’
Verbeteren, maar hoe?
Volgens Jeanet moet de opleiding om te verbeteren kijken naar interne factoren, en niet naar externe factoren blijven wijzen zoals het dynamische vakgebied of de nieuwheid van de opleiding: ‘Er wordt veel goedgepraat: er gaat ook veel goed, we werken hard, we hebben het zwaar. Over de proefvisitatie wordt dan bijvoorbeeld gezegd “eigenlijk zijn ze te kritisch”. Maar zo’n audit-team ís niet te kritisch, het is heel goed dat ze kritisch zijn. We kunnen niet doen alsof we het niet doorhebben, we krijgen zó veel feedback, de cijfers zijn gewoon slecht.’ Voor een omslag, denkt zij, ‘is echt iets radicalers nodig dan het aanpassen van wat rubrics of een advies waar iedereen zelf weer mee kan doen wat-ie wil’.
Anton: ‘Er zijn hier heel veel slimme mensen met allemaal valide inzichten en invullingen voor het onderwijs. Maar er moeten keuzes gemaakt worden. Dat kwam ook uit de kritische interne audit: er is geen gedeelde visie op het vakgebied, op kwaliteit. De NSE, het WBO, de audit: allemaal kritisch. Er moet verantwoordelijkheid genomen worden, alarmsignalen moeten leiden tot verbeterplannen.’ Jeanet: ‘We kunnen ook samen besluiten tot een andere koers, maar dan moet iedereen dááraan committen. Misschien geloof je er maar voor 60 procent in, maar dan kun je alsnog besluiten: dit is ons concept en ik ga het gewoon zo doen.’
‘We kunnen ook samen besluiten tot een andere koers, maar dan moet iedereen dááraan committen.’
Derdejaars Mitch geeft als belangrijkste verbeterpunt om meer focus op het technische fundament te leggen – coderen, verwerken van data en ontwikkelen van datastromen – en die lessen strakker uit te werken. De bijdrage van responsible AI vindt hij ‘op dit moment goed.’ ‘En ik kan me voorstellen dat je als opleiding misschien een paar medewerkers extra zou willen hebben in de ‘opstartjaren’ om de lesstof te ontwikkelen en op basis van feedback gedurende het jaar te verbeteren. Het is duidelijk dat het verbeteren met de huidige capaciteit van het team soms in het geding komt.’
Mitch en Olaf zien beiden graag een alternatief voor semester 6, het interdisciplinair project. Olaf: ‘Ik zou de mogelijkheid willen hebben me verder te verdiepen in mijn eigen expertise. Daarnaast zou ik de beoordelingsstructuur veranderen, en vooral transparant zijn naar de studenten over de onderdelen waarop ze worden beoordeeld.’
Mitch pleit ervoor de structuur van jaar 1 vast te houden: De STEM-vakken altijd los van de projecten/studiovakken, en de structuur met datapunten doortrekken naar jaar 2 en 3. Datapunten zijn de ‘belangrijke’ deadlines in een periode, die vooraf al werden gecommuniceerd. Dat gaf voor studenten een prettig overzicht. Ik denk dat dit een quick win is.’
Reactie Heleen Elferink, directeur instituut CMI
We nemen de signalen uit het artikel zeer serieus. Het raakt de directie en het management dat studenten en docenten ervaringen hebben die niet aansluiten bij wat zij van onze opleiding mogen verwachten. We waarderen het dat zij hun verhaal delen; dat laat hun betrokkenheid zien. De zorgen op een aantal punten zijn herkenbaar en daarom zijn we hierover al geruime tijd in gesprek met studenten en docenten. De directeur gaat graag in gesprek met studenten die hun ervaringen of zorgen willen delen.
We zetten stevig in op verbetering. In april en mei zijn al diverse urgente en concrete maatregelen opgepakt. Voorbeelden hiervan zijn de aanscherping van de curriculumopbouw, aanscherping van de kaders van het onderwijsconcept en de actualisatie van het eindprofiel. Om deze lijn door te zetten, wordt bovendien extra managementcapaciteit ingezet om de implementatie te versnellen en de noodzakelijke verbeteringen sneller te realiseren. Hieronder een uitleg hoe we daarmee aan de slag zijn.
Kwaliteitszorg. De interne audit van ADS&AI heeft geleid tot scherpe aanbevelingen die ons helpen om nog gerichter prioriteiten te stellen. We zijn daar dankbaar voor, omdat audits juist bedoeld zijn om een opleiding verder te brengen. De interne audit is een preventief instrument wat laat zien dat we binnen HR onze kwaliteitszorg uiterst serieus nemen. Als een audit niet kritisch genoeg is, verliest zo’n instrument zijn waarde als motor voor verbetering. De opleiding heeft een verbeterplan gemaakt. Op verschillende punten zijn inmiddels verbeteracties in gang gezet. Een voorbeeld daarvan is de verdere versterking van de toetsing, waarbij verbetermaatregelen worden doorgevoerd en de opvolging daarvan wordt gemonitord door de examencommissie.
De algehele voortgang van het verbetertraject wordt periodiek besproken tussen de directeur en de portefeuillehouder binnen het College van Bestuur. Daarnaast voert AMC, op verzoek van de directeur en het CvB, op een later moment een opvolging uit om te monitoren in hoeverre de verbeteringen zichtbaar zijn binnen de opleiding.
Inhoud curriculum. Bij de start is bewust gekozen voor een opleiding waarin technologische expertise wordt verbonden met maatschappelijke en ethische vraagstukken rondom AI. We vinden dit zeker in deze tijd nog steeds een goede keuze, omdat AI zich juist op het snijvlak van technologie en samenleving bevindt. We merken wel dat er soms andere verwachtingen zijn en dat sommige studenten op technisch gebied meer diepgang willen. We werken aan meer keuzevrijheid in het curriculum om dit mogelijk te maken. Dat kost wel tijd, want we moeten dat programma nog ontwikkelen.
Aanscherping kaders. Ook het studio-onderwijs wordt in de feedback genoemd. Wij staan achter dit onderwijsconcept, omdat het studenten leert integrale oplossingen te ontwikkelen voor complexe maatschappelijke vraagstukken en technologische kennis te verbinden met ethische en maatschappelijke afwegingen. Tegelijkertijd zorgen we voor scherpere afspraken en heldere kaders om de verdere ontwikkeling van het onderwijsconcept te bevorderen en docenten duidelijke richting te geven. Dit traject hebben we inmiddels samen met een onderwijskundig adviseur opgestart.
Voor het eerste jaar zijn hierin al stappen gezet met positieve resultaten. Na de verbetering in jaar 1 ligt nu de focus op het tweede en derde studiejaar.
Toetsing en beoordeling. Ook een thema zoals toetsing en beoordeling maakt onderdeel uit van de teamgesprekken. We benadrukken dat binnen onze kwaliteitszorg geen ruimte is voor willekeur en bevoordeling als het gaat om toetsing en studentbeoordelingen. Studenten die in een bedrijf van een docent werken, kunnen niet door deze docent beoordeeld worden. Hierover zijn heldere afspraken gemaakt met de docent. Daar doen we geen concessies op.
Vakdocenten stemmen hun beoordelingscriteria regelmatig met elkaar af. Die gesprekken zijn belangrijk om tot een eenduidige beoordeling te komen. Door steeds scherpere afspraken te maken over de beoordelingscriteria, zorgen we voor meer duidelijkheid, transparantie en consistente feedback voor studenten. Daarbij besteden we extra aandacht aan een heldere formulering van de feedback.
Meer transparantie naar studenten. De reacties van studenten laten zien dat we hen beter moeten meenemen in de verbeteringen die we doorvoeren. Daarom communiceren we transparanter over ontvangen feedback, de acties die daaruit volgen en wat studenten daarvan merken in hun opleiding. Tegelijkertijd vragen we begrip voor het feit dat duurzame verbeteringen tijd vragen. Die moeten zorgvuldig worden ontwikkeld, geïmplementeerd en geborgd. Daarbij staat voorop dat de kwaliteit van de opleiding en het curriculum niet ter discussie staan.
Meer ontwikkeltijd De werkdruk blijft een belangrijk aandachtspunt binnen het docententeam, vooral omdat het gaat om een dynamische en relatief nieuwe opleiding. Om hieraan tegemoet te komen, creëren we meer ontwikkelruimte voor de opleiding en stellen we scherpere prioriteiten in de verbetertrajecten. We blijven hierover actief in gesprek met het team.
Vertrouwen in betrokken docententeam. De directie heeft er vertrouwen in dat we de opleiding de komende jaren verder kunnen versterken. Er is een enthousiast en betrokken docententeam met veel passie voor de opleiding en het vakgebied. Het team is kritisch op zichzelf en heeft de ambitie om voortdurend beter te worden. Zoals bij iedere ontwikkeling bestaan er verschillende opvattingen over het tempo waarin veranderingen moeten worden doorgevoerd. Waar de een sneller wil gaan, benadrukt de ander het belang van zorgvuldigheid en draagvlak. Die gesprekken horen bij een lerende organisatie. Voorop staat dat het realiseren van de verbeteringen onze hoogste prioriteit heeft.’
Verantwoording
Voor dit artikel sprak Profielen met zes ADS&AI studenten. Met twee docenten is on the record gesproken, en met twee andere docenten op achtergrondbasis. Daarnaast gebruikten we de brieven met verbeterpunten die studenten uit jaar 2 en 3 naar de opleiding stuurden, de NSE-resultaten, de uitkomsten van werkbelevingsonderzoeken en 100-dagenonderzoeken. Directeur Heleen Elferink (instituut CMI) heeft schriftelijk gereageerd.
*De namen van studenten en docenten zijn op hun verzoek veranderd, hun identiteit is bij de redactie bekend.
Tekst: Edith van Gameren
Illustratie: Demian Janssen
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.






Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Aanbevolen door de redactie
Langstudeerders finance & control helpen elkaar over de eindstreep: ‘Zonder deze twee had ik het niet gehaald’
Ingezonden: We moeten AI pauzeren en niet normaliseren op de Hogeschool Rotterdam
Ahmetcan laat studie niet door AI doen, maar studeert samen mét AI
Back to Top