‘Ik hoop niet dat je denkt, wat een watje, omdat ik geen spatje bloed kan zien’, zingt Doe Maar. Ik kan dat nummer dromen. Niet alleen is het een favoriet, ook coverde ik het liedje recent in mijn nieuwe thuisstudio-tje. Maar ben ik eigenlijk ook zelf een Watje?
De tekst uit 2000 is vandaag de dag misschien nog actueler dan destijds. Er is steeds meer hardheid in mensen en de wereld te bespeuren, de pogingen tot verzachting als tegengeluid ten spijt. Niet alleen worden ze snel afgedaan als woke en zweverig, ze worden ook haast standaard aan links toegeschreven.
Alsof compassie en vriendelijkheid voorbehouden zijn aan een politieke kleur. Maar zelfs links verhardt: als je nog gezien en gehoord wilt worden moet het wel, lijkt de gedachte. Dus laten we ons nog eens ergens aan vastplakken met lijm.
Ik vind het steeds lastiger me ertoe te verhouden. Er mist zo veel nuance. Waar is de middenweg? Ook zorgelijk: allerlei “experts” die ons uitleggen dat we Trump niet zo letterlijk moeten nemen, dat dit nu eenmaal zijn stijl is, maar dat de soep echt zo heet niet gegeten wordt.
Pardon?! En zijn trouwe volgers die nagenoeg letterlijk geloven en overnemen wat hij roept? En het voorbeeld dat hij ermee afgeeft aan niet alleen andere op macht beluste figuren in de wereld? Aan jonge mensen? ‘Als je iets wilt, is het oké om je agressief op te stellen en te dreigen met conflict en oorlog, zolang je jouw doel maar haalt dat jou verrijkt zonder oog voor de gevolgen voor de wereld en haar bewoners.’
Het is eenzelfde type geluid als dat van Tate-types. Harde, stoere, machtige, rijke mannen met status moeten we worden, en vrouwen weer in hun ‘traditionele’ rol. Nou, dan ben ik 100% Watje! Zonder schaamte of terughoudendheid daarin.
Toch herken ik in mijzelf ook Tony Testosteronie-momenten waar ik zelf soms dubbele gevoelens over heb. Bijvoorbeeld als ik gefrustreerd ben over iets dat op het werk gebeurt en dat ook uit. In een cultuur die nogal groen is – harmonie boven alles (zie DISC methodiek) – is dat soms een lastige voor iemand met veel geel en rood.
Jazeker: het is de toon die de muziek maakt, maar soms lijkt het helaas nodig om stevig te zijn om het belang van iets te onderstrepen of het resultaat te behalen dat nodig is. Niet leuk, maar ik doe het wel. Ik word betaald om te leveren, graag in samenwerking en goede harmonie, maar het mag functioneel knetteren.
Op die momenten voel ik me op de HR juist wel eens als de figuren die ik eerder aanhaalde. En dan is er dat innerlijke conflict. Ben ik tóch een Macho? Ook een superleuk nummer van Doe Maar overigens.
Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top