Het hbo belooft geen gouden bergen
Gepubliceerd: 1 October 2012 • Leestijd: 4 minuten en 25 seconden • Nieuws Dit artikel is meer dan een jaar oud.Voor 1 november wil demissionair staatssecretaris Halbe Zijlstra met het hbo en de universiteiten tot prestatieafspraken komen. Vanaf 2013 wordt zeven procent van de bekostiging afhankelijk van geleverde prestaties. Nog voor de zomer leverden instellingen hun plannen in en daarin worden geen gouden bergen beloofd.
Toen het kabinet-rutte in april viel, waren hogescholen en universiteiten druk bezig met het schrijven van hun ‘prestatieafspraken’. Even was er onduidelijkheid. zou het voornemen van Zijlstra om prestatiebekostiging in te voeren controversieel worden verklaard? En was er wel een grondwettelijke basis voor dit voornemen? Ondanks deze onzekerheden werkten de instellingen door aan hun plannen over het terugdringen van studie-uitval, opleidingsniveau van docenten, excellentie, contacturen en andere onderwerpen rond onderwijskwaliteit, en leverden zij hun goede voornemens nog voor de zomer bij de staatssecretaris in.
Een reviewcommissie onder leiding van Frans van Vught lichtte de plannen door en bracht eind september definitief advies uit. Op dit moment zitten hogescholen en universiteiten bij Zijlstra aan tafel om de prestatieafspraken ook werkelijk vast te leggen, zodat de instellingen voor januari 2013 weten welke gevolgen de afspraken hebben voor hun bekostiging.
Het Hoger Onderwijs Persbureau legde de plannen van de verschillende hogescholen naast elkaar. Niemand belooft gouden bergen, zo valt op. De praktijk in het hoger onderwijs is weerbarstig. En al willen hogescholen de kwaliteit en het rendement van hun onderwijs verbeteren, liefst doen ze dat met kleine stapjes.
Docenten
Het meest ambitieus durven instellingen zich uit te spreken over het opleidingsniveau van docenten. De hogescholen gaan ervoor zorgen dat een groter deel een master- of doctorstitel op zak heeft. Windesheim voorziet bijvoorbeeld een groei van 67 procent nu naar tachtig procent in 2015 en de Hogeschool Rotterdam gaat van 54 naar zeventig procent. De meeste hogescholen willen hun docenten didactische training geven, zeker als ze nieuw in dienst komen.
Contacturen
Werkgroepen, colleges… Voor eerstejaars hbo-studenten zal het aantal contacturen stijgen tot minstens twaalf per week. Ook op de Hogeschool Rotterdam worden minimaal twaalf klokuren contacttijd beloofd. Hoeveel lessen ze momenteel bieden, vertellen de meeste hogescholen niet, laat staan dat ze een overzicht per opleiding maken. Ze beloven alleen aan de norm te zullen voldoen. De Hogeschool Utrecht moet de grootste slag maken. Naar eigen zeggen zit zestig procent van de opleidingen nu nog onder het vereiste aantal lesuren.
Uitval
Een van de lastigste kwesties is de uitval in het eerste studiejaar. Die is onrustbarend hoog, blijkt uit een recent overzicht van de hbo-raad. Geen wonder dat hogescholen laag inzetten. Ze proberen hun uitval in elk geval niet groter te laten worden.
Bij de Hogeschool Utrecht is de uitval door de jaren heen gestegen naar één op de drie eerstejaars. De instelling wil die stijging bestrijden en in 2015 zeker niet veel hoger uitkomen. Ongeveer hetzelfde beloven Windesheim en Inholland. De Hogeschool Zuyd doet het beter. Daar haakt slechts 22 procent van de eerstejaars af. Toch moet dat aandeel omlaag, al houdt de hogeschool in het midden met hoeveel. De Hogeschool Rotterdam ziet nu een kwart van de eerstejaars stoppen en wil dat zo houden of verminderen.
Voor de duidelijkheid: uitval in het eerste studiejaar is niet altijd verkeerd. Als beginnende studenten niet geschikt zijn of nauwelijks voldoendes halen, kunnen ze maar beter afhaken dan nog een paar jaar doormodderen. Daarom voerde het hbo in de jaren negentig het bindend studieadvies in. In het afgelopen jaar is de norm daarvoor bij de hogeschool en veel andere instellingen verhoogd. Het effect daarvan op de uitval is nog niet in kaart gebracht. Dat leidt ook tot voorzichtigheid bij het doen van toezeggingen.
Diploma
Steeds minder hbo-studenten halen binnen vijf jaar hun diploma. Jaar na jaar brokkelt het studiesucces af, terwijl het hbo-niveau de komende jaren juist omhoog moet. En zeker nu er zoveel paniek is over diplomafraude denken docenten wel twee keer na voordat ze iemand een genadezesje geven.
Vandaar dat de hogescholen geen overspannen verwachtingen willen wekken. De Hogeschool Utrecht bijvoorbeeld wil dat het huidige rendement van 64,3 procent niet onder de 63 procent zakt. Dit percentage geslaagden-na-vijf-jaar gaat over studenten die het eerste studiejaar al hebben overleefd, anders zou het flink lager uitkomen. Inholland zoekt wel de weg omhoog en belooft van 60,6 naar 61,6 procent op te krabbelen.
Soms is vergelijken moeilijk. Na vijf jaar studeren – dus met één jaar uitloop – heeft slechts 61 procent van de Windesheimstudenten het bachelordiploma op zak. Dat moet 77 procent worden, aldus de Zwolse hogeschool, maar dit streefcijfer geldt voor studiejaar 2016/2017. dat is nog ver weg en alle andere hogescholen mikken steeds op verbeteringen in 2015. In dat jaar zal de reviewcommissie namelijk evalueren hoe het met de prestaties staat.
Het diplomarendement op de HR is nu nog 64 procent, dat moet 65 procent worden.
Beter Onderwijs
De hogescholen willen dus hoger opgeleide docenten aantrekken en dat zou best kunnen lukken, gezien de economische crisis. Als veel mensen op zoek zijn naar werk, wordt een baan als hbo-docent aantrekkelijker. Daarnaast gaan eerstejaars meer les krijgen, en al gaat dat misschien ten koste van lessen in latere jaren, het geeft hen een betere start.
De hogescholen hopen ook de tevredenheid van studenten te vergroten; ze willen bijvoorbeeld beter scoren in de Nationale Studenten Enquête, de eigen onderwijsevaluaties of de zesjaarlijkse kwaliteitskeuring van accreditatieorganisatie NVAO.
De verbetering van het onderwijs is dan ook de enige oplossing voor hogescholen om te voldoen aan de – misschien wel tegenstrijdige – eis van de politiek dat een groter aantal hbo’ers op tijd moet afstuderen en tegelijkertijd het eindniveau omhoog moet.
Lastig is ook dat het hbo zelf niet alles in de hand heeft: scholieren leren soms te weinig op de havo of in het mbo, en komen binnen met een achterstand. Niet voor niets komt er in de aanloop naar het hoger onderwijs meer aandacht voor rekenen en schrijven. Maar die maatregelen hebben niet meteen effect. Kortom, het is niet vreemd dat hogescholen geen grote beloftes doen. Ze kunnen de trend niet zomaar keren. Een pas op de plaats is al een hele prestatie, stellen ze.
De Hogeschool Rotterdam wijkt in deze zin niet af. Er worden kleine verbeteringen beloofd, zoals een stijging van het diplomarendement met één procent. De uitval in het eerste jaar, die nu 24 procent is, mag niet boven de 25 procent komen. Wel wil de hogeschool uitpakken met het opkrikken van het opleidingsniveau van docenten. Nu is 54 procent van de HR-docenten master, en in 2015 moet dat maar liefst zeventig procent zijn.
Ook wil de hogeschool een flinke slag maken op het gebied van ‘excellentie’, het onderwijs voor slimme en ambitieuze studenten. Nu doet twee procent van de studenten mee aan een onderdeel van het excellentieprogramma, zoals een I-lab of honoursprogramma, en in 2015 moet dat zijn gestegen naar zeven procent.
De HR zal deze voornemens moeten waarmaken, anders kan de hogeschool jaarlijks zo’n 12 miljoen euro mislopen. En dat is de moeite van de inspanning waard, in de eerste plaats om de 30.000 HR-studenten (nog) beter onderwijs te bieden.
HOP, Bas Belleman / Profielen






Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Aanbevolen door de redactie
Langstudeerders finance & control helpen elkaar over de eindstreep: ‘Zonder deze twee had ik het niet gehaald’
Ingezonden: We moeten AI pauzeren en niet normaliseren op de Hogeschool Rotterdam
Ahmetcan laat studie niet door AI doen, maar studeert samen mét AI
Back to Top