Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
14 juli 2026

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

‘In een 40-urige werkweek werk je geen 40 uur’

Gepubliceerd: 2 March 2016 • Leestijd: 2 minuten en 30 seconden • Nieuws Dit artikel is meer dan een jaar oud.

Werkdruk en taaktoedeling voor docenten, dat zijn twee onderwerpen die regelmatig op de agenda staan van de pgmr, de personeelsvertegenwoordiging van de cmr. En die twee zaken hebben natuurlijk met elkaar te maken.

‘Vorig jaar zijn er achttien medewerkers van het instituut voor lerarenopleidingen vijftig uur bezig geweest met een onderzoek naar werkdruk, maar nadat deze mensen een rapportage en aanbevelingen hadden geschreven, heeft niemand er ooit meer iets over gehoord. We hebben daar 0,0 van terug gezien. Jammer’, zegt Ghisla Hermens van de pgmr met gevoel voor understatement.

De cmr constateerde in 2015 ook verschillende problemen met de taaktoedeling, ptd geheten. Docenten die een vak voor de eerste keer geven, krijgen hiervoor niet voldoende extra tijd, er is geen tijd ingepland voor het inwerken van nieuwe collega’s, niet alle taken worden in de ptd opgenomen of er wordt niet voldoende tijd beschikbaar gesteld voor bepaalde taken. Het ontbreken van stille werkruimtes zorgt er ook voor dat er tijd verloren gaat.

‘We gaan te veel uit van het idee dat je in een 40-urige werkweek ook 40 uur werkt. Ik kom hoogstens tot vijftig, zestig procent’, zegt Petra van Gelderen die daarmee de lachers op haar hand kreeg. En serieuzer: ‘En dat kan ik nog wetenschappelijk onderbouwen ook.’ Ze verwijst naar onderzoeken die in het kader van Lean-management zijn verricht. ‘Je haalt koffie, praat met collega’s, neemt pauze. Op een dag gaan er een heleboel minuten voorbij waarin je niet direct aan het werk bent. Zolang we daar geen rekening mee houden in de planning, blijft de ptd problemen geven.’

Hoe kan dat dan?
‘De ptd is geen doel op zich, maar slechts een registratiesysteem’, zegt collegelid Jan Roelof. ‘Docenten en onderwijsmanagers, of teams en onderwijsmanagers moeten over werkdruk praten en vaststellen of die incidenteel of structureel van aard is. En zeker als die structureel van aard is, moet er in dat gesprek een oplossing worden gezocht. En dat gesprek is kennelijk heel moeilijk.’
Tegen Ghisla Hermens: ‘Ik hoor je nu precies hetzelfde verhaal vertellen als drie jaar geleden, maar er zijn inmiddels wel vier of vijf docenten bijgekomen, dus hoe kan dat dan?’

Na doorpraten blijkt de pijn vooral te zitten bij de tien procent die docenten beschikbaar hebben voor organisatorische taken. Die tien procent was aanvankelijk vrij in te vullen door docenten zelf, maar de managers vullen daar inmiddels de helft van in. De vijf procent die overblijft, wordt gevuld door het uitdijende mailverkeer met studenten, stelt Fons van Maldeghem. ‘Vijf procent voor organisatorische taken, dat is echt te weinig! We moeten gaan praten over een aanpassing van de ptd. Die 10 procent moet omhoog, of het mailen met studenten moet voortaan tot de contacttijd worden gerekend of tot de ‘aan onderwijsuitvoering gerelateerde taken en dan kijken we of die taken binnen de bandbreedte blijven.’

Ostara de Jager-Bes, directeur van de dienst onderwijs en ontwikkeling (OenO) wil het gesprek over werkdruk over een andere boeg gooien. ‘Er is niet één antwoord op de vraag hoe de werkdruk naar beneden kan. Ik nodig een aantal leden van de pgmr uit om het gesprek met mij aan te gaan. Ik wil dan ook een paar onderwijsmanagers uitnodigen en hen vragen te laten zien hoe zij precies met de ptd werken en hoe zij daarover het gesprek voeren met hun docenten.
En ik wil een stappenplan maken over hoe we ervaringen zoals opgedaan bij de lerarenopleidingen kunnen delen met anderen.’

Het voorstel van Ostara de Jager wordt aanvaard. Hopelijk biedt dat voldoende soelaas, want ‘we zijn in 2009 met de ptd begonnen en het is nu 2016’, zegt Eduard Leijten, voorzitter van de pgmr. ‘Het moet nou eens klaar zijn.’

Dorine van Namen

Recente artikelen

Recente reacties

Reacties

Laat een reactie achter

6 Responses to ‘In een 40-urige werkweek werk je geen 40 uur’

  1. Naar aanleiding van de opmerkingen over de organisatietijd het volgende:
    Er is een verdeling in deze post aangebracht: 4% is de zogenaamde forfaitaire tijd die je krijgt om zaken als email af te handelen. Daar worden geen taken voor opgedragen. Die 4% hebben we eens nagerekend: dat is 17 minuten per dag…. De overige, minimale 6%, zodat je totaal op 10% uitkomt, wordt in principe gevuld met zaken zoals vergaderingen, open dagen, commissies etc. Veel taken, zo merken we, worden echter niet eens opgenomen: noemen we verborgen werkdruk.

    Mocht er worden besloten om het email verkeer met studenten maar deel te laten gaan maken van de voorbereiding en nazorg van een module/les, dan zullen weegfactoren als 1,2 en 1,4 (respectievelijk 10 en 20 minuten per les van 50 minuten) echt niet meer kunnen. Kortom: dat wordt een hele nieuwe discussie. Het zou beter zijn om de forfaitaire organisatie tijd op te hogen naar een realistisch niveau…..

    Docenten wordt echt aangeraden het PTD boekje op HINT eens te raadplegen over hoe het nu echt zit!

  2. Kan degene die veel minder werkt dan 40 uur in de week ruilen met mij? Niet dat ik zielig ben, maar ik gebruik zeker die 40 uur per week. Op mijn werk neem ik wel eens pauze en praat ik met collega’s, maar bij ons (mij) is dat geen uren per dag (was het maar waar 🙂 ……
    Daarnaast vind ik dat er een soort systeem moet zijn dat activiteiten registreert. Dit om ongelijkheden te voorkomen. Zo’n systeem is nooit perfect (heette de voorganger van PTD niet TTI), maar met de PTD valt te leven, vind ik.

  3. Ter verduidelijking: in een 40-urige werkweek werk je wel 40 uur, maar niet alle 40 beschikbare uren zijn ook productieve uren. Denk aan alle tijd waarin je niet direct aan het werk (dwz productief) bent: koffie, roken, kletspraatje, toiletbezoek, van de ene vergadering/klas/locatie naar de andere vergadering/klas/locatie lopen, verstoringen als telefoon en mail, je blind zoeken naar informatie op hint, een computer die vastloopt, de beamer die het niet doet, het lokaal opruimen, zoeken naar een werkplek of vergaderzaaltje, een ontruimingsoefening, ziekte, bijhouden van eigen lijstjes bij gebrek aan een goed functionerende administratie, werk overnieuw moeten doen omdat de opdracht niet duidelijk was, etc. Kortom, allerlei verspillingen die we uit het Lean-denken kennen. Hierdoor ben je hooguit 50 à 60% van de beschikbare tijd ook daadwerkelijk productief en dat is nog een hele optimistische inschatting 😉
    Zolang we dit niet (h)erkennen en we in de PTD alle beschikbare tijd inplannen als productietijd, blijven we werkdruk/overwerk organiseren. En heeft Arend – en velen met hem – die 40 uur per week zeker nodig om zijn werk af te krijgen.

  4. Ik moet helaas constateren dat uitkomsten van een leantraject gedaan bij de diensten nu ook geprojecteerd worden op de instituten, waar dit leean onderzoek niet heeft plaats gevonden. Het werk van docenten is helaas niet te vergelijken met het werk van de diensten medewerkers, aangezien een groot deel van ons werk al vast ligt in de roosters: onze lessen met de studenten. Petra’s constatering moet dan ook niet als het antwoord op het werkdruk probleem van docenten gezien worden. Dat antwoord ligt wel in de aangeleverde lijsten met oorzaken hiervan zoals een team van IVL vorig jaar heeft gedaan.

  5. Ik onderschrijf de opvatting van Anneke in deze kwestie. De hectiek van het primaire (onderwijs)proces is niet vergelijkbaar met werkzaamheden die je voor een dienst uitoefent (ik kan het enigszins vergelijken nu ikzelf werkzaamheden voor een dienst uitoefen na jarenlang docent te zijn geweest). Een docent moet de contacturen geven die in zijn PTD-overzicht staan. Verspilling van het opnieuw werk moeten overdoen omdat de opdracht niet duidelijk was, zoals Petra stelt: hoe doe je dat als docent met een les?!

  6. Aanvulling op Anneke en Eduard: de meeste taken die in het PTD staan, zijn individuele ‘klussen’ waar een netttotijd voor gegeven wordt. Dat je de tijd die je krijgt voor ‘contacturen’ niet kunt verminderen via een leanproject, lijkt duidelijk. Maar ook zoiets als ‘tentamen maken’ is een individuele klus. Zelf krijg ik daar 4 uur voor (minder dan de helft van de tijd die feitelijk nodig is om een tentamen volgens toetsmatrijs en een beoordelingsmodel te maken, dit te laten controleren door een collega, wijzigingen te verwerken en layout en voorblad te verzorgen – maar goed). Ik ga dat tentamen het liefst thuis maken, juist om me niet te laten verleiden tot kletspraatjes met collega’s, koffie halen etc. Een leantraject zal hier weinig helpen. Zodra ik iets met collega’s moet doen natuurlijk wel, zoals bij het controleren van het tentamen: hoe levert mijn collega zijn opmerkingen aan; kan ik ze makkelijk verwerken?
    Voor het controleren van tentamens van collega’s (vierogenprincipe) is overigens geen tijd opgenomen in mijn PTD…

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Comments worden door de redactie gemodereerd. 's Avonds en in het weekend gebeurt dat niet standaard, en kan het dus langer duren voor je opmerking online komt.
  2. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  3. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  4. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  5. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  6. Geen commerciële boodschappen.
  7. Niet op de persoon spelen.
  8. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  9. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  10. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Aanbevolen door de redactie

Back to Top