Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
27 september 2020

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

De grote corona-roosterpuzzel van de onderwijsmanager

Gepubliceerd: 14 July 2020 • Leestijd: 5 minuten en 24 seconden • Nieuws

Anderhalve meter afstand houden, niet reizen in de spits, gebouwen en lokalen die maar beperkt bezet mogen zijn en graag zoveel mogelijk contacttijd met de eerstejaars. Het is nogal een puzzel om het onderwijs en het rooster van aanstaande september rond te krijgen. Onderwijsmanager Aart Westerduin (civiele techniek) neemt ons mee in die puzzel.

Illustratie van een bord met o.a. ov-lijnen, agenda's en docentenportretjes

‘Op basis van wat er wel en niet mag van het RIVM, en hoe dat door de HR wordt vertaald, veranderde het rooster de afgelopen tijd per week’, vertelt Westerduin. Zo duurde de middagspits waarin niet mocht worden gereisd eerst van 16.00 tot 20.00 uur. Dat is versoepeld. Westerduin: ‘We mogen de studenten nu al na 18.00 uur loslaten.’

‘Niet goed kunnen voorbereiden op wat we wilden’

‘Vooral de aanloop naar het kunnen maken van een rooster was lastig’, aldus Westerduin. ‘Het was lange tijd onduidelijk welke beperkingen er vanaf september zouden zijn en wat dit voor het onderwijs zou betekenen. Dat veranderde nogal vaak. Daardoor konden we ons met het docententeam niet zo goed voorbereiden op wat we wel en niet wilden. Dat moest in de laatste drukke weken van het jaar nog bedacht worden.’

Een echte puzzel dus, zegt de onderwijsmanager, ‘want een deels online en deels fysiek rooster met kleine groepjes studenten is een veel grotere uitdaging dan een volledig fysiek of volledig digitaal rooster. Vooral die kleine groepen waar fysiek les aan gegeven moet worden maakt het maken van een rooster, dat ook voor docenten werkbaar is, best lastig.’

Voordat de vakantie begint, eind deze week, komt de opleiding met een definitieve planning. Westerduin: ‘Zodat studenten en docenten weten wanneer ze op school moeten zijn.’

Van zo’n twintig uur naar vier uur naar school

Terwijl de pre-corona contacttijd zo’n zestien tot twintig uur was per week, ziet het er nu naar uit dat de studenten civiele techniek per week zo’n vier uur naar school mogen komen. Dat geldt niet alleen voor eerstejaars. Westerduin: ‘We merken dat de studenten die nu tweedejaars worden door de coronamaatregelen toch een beetje losgezongen zijn geraakt. Het is ook belangrijk om hén regelmatig te zien.’

Ook voor de minoren is het belangrijk dat studenten en docenten elkaar zien, stelt de onderwijsmanager. ‘Daar heb je te maken met studenten van andere opleidingen en van andere hogescholen; het is goed om elkaar dan eerst te ontmoeten voordat je via je beeldscherm contact met elkaar hebt.’

Maar mochten de coronamaatregelen verder worden versoepeld dan zijn als eerste de eerstejaars ‘aan de beurt’.

‘PowerPoint voorlezen? Dat gaan we echt nooit meer doen!’

De beperkt beschikbare contacttijd zorgde ervoor dat goed moest worden nagedacht en gediscussieerd voor welke onderdelen van het onderwijs je echt op school moet zijn. ‘Vroeger (pre-corona, red.) waren er docenten die in anderhalf uur hun PowerPoint-presentatie aan het voorlezen waren. Dat gaan we echt nooit meer doen!’, zegt Westerduin stellig. ‘Hooguit gaan we van die presentaties filmpjes opnemen en ze in kleine stukjes aanbieden.’

Bij een eerste inventarisatie kwamen de docenten op ruim tien uur college die ze – met name voor eerstejaars – essentieel vonden om op school te geven, vertelt de onderwijsmanager. Dat zou in de genoemde vier uur gepropt moeten worden en dat gaat dus niet. ‘Daarna hebben we alles met kennisoverdracht geschrapt. Wat overbleef ging over binding en samenwerken. Je bent dus bezig met je klasgenoten; als het goed is, is het dus vooral gezellig.’

‘Iedereen best wel voor rede vatbaar’

Wat de discussie over het schrappen van onderwijs op school makkelijker maakte, is de ervaring van de afgelopen maanden. Westerduin: ‘We hadden nul uur fysiek onderwijs en deden alles online. Daardoor is iedereen best wel voor rede vatbaar.’

Wat op school zal gebeuren zijn bijvoorbeeld wiskundelessen en dan vooral het begeleiden van studenten terwijl ze sommen maken. ‘Zodat de docent live kan meekijken en ziet of studenten het snappen. De theorie-uitleg kunnen ze prima zelf thuis tot zich nemen.’

Westerduin denkt dat dat ook een beetje de toekomst wordt. Feitelijk draai je het om en bestudeer je als student de theorie thuis, met behulp van online lessen, en maak je de sommen op school. ‘Qua contacttijd zullen we in de toekomst denk ik iets in uren teruggaan maar we zullen vooral ook andere dingen op school doen.’

Betonblokken maken op RDM Campus

‘Op school’ is voor civiele techniek het komende studiejaar op de RDM Campus waar de opleiding al gebruikmaakte van zowel het waterlab als het materialenlab. In dat laatste lab maken studenten betonblokken en zoeken daarbij uit hoeveel zand, grind, cement en water je nodig hebt om het beton sterk genoeg te laten zijn.

Westerduin: ‘De eerstejaars zullen elke week wel zo’n activiteit doen waardoor ze uiteindelijk iets meer dan vier uur op school zullen zijn. Zulke activiteiten zijn meteen ook goed voor de binding met elkaar en met de docent.’

Dat zal vanwege de RIVM-maatregelen gebeuren in kleine groepjes. Westerduin: ‘Waarschijnlijk met vier studenten tegelijk. En als het ene groepje dan met een betonblok bezig is, is een andere groep bijvoorbeeld aan het landmeten’.

‘Andersoortige’ gesprekken op locatie

Reguliere gesprekken met een studieloopbaancoach (slc’er) zullen in MS Teams worden gevoerd, ‘andersoortige’ gesprekken op locatie. Westerduin: ‘Dat zijn dan meestal gesprekken op ons verzoek als het met een student niet goed gaat of er problemen zijn met een medestudent.’

Kleinere klassen, afhankelijk van de grootte van het lokaal zo’n zes tot acht studenten in plaats van 24, zorgen er ook voor dat sommige docenten vaker dezelfde les moeten ‘afdraaien’. ‘Hoewel’, reageert de onderwijsmanager, ‘Het gaat natuurlijk wel om lessen die zijn bedoeld als begeleiding, en die zijn steeds anders. Maar we gaan ontdekken hoe het zal gaan …’

Bindingsactiviteiten op nummer 1, ook bij HRBS

Net als Aart Westerduin zag bijvoorbeeld ook zijn collega Berry Andeweg van ondernemerschap & retail management de maatregelen en restricties de afgelopen tijd ‘bijna wekelijks’ veranderen. Andeweg: ‘Onze plannen veranderen dan gewoon mee. Soms frustrerend, maar je weet dat dat erbij hoort. Gelukkig geven de laatste versies ons steeds meer ruimte en flexibiliteit. Dus het wordt anders maar het komt gewoon goed’.

De opleiding moet zich aan de door het onderwijsinstituut vastgelegde prioriteitsvolgorde (met bindingsactiviteiten voor eerstejaars op nummer 1) houden en laat het maken van de roosters zoveel mogelijk aan de docenten over. De onderwijsmanager: ‘De docenten bepalen onder andere de volgorde en de docentverdeling. Zij hebben inmiddels behoorlijk wat online vlieguren en weten dus het beste wat bij wie past en hoe we onderdelen kunnen programmeren. Als onderwijsmanagers kijken we mee of we binnen de kaders van HRBS en RIVM blijven en of de betaalbaarheid en werkdruk binnen de perken blijft.’

In de jaren 1 en 2 wordt er op school naast binding ingezet op projectbegeleiding. ‘Jaar 3 en 4 gaan vrijwel geheel online aan de slag’, vertelt Andeweg die van ‘online’ graag zo snel mogelijk over wil op blended learning, een combinatie van online en contactonderwijs, waar de opleiding aan werkt. Andeweg: ‘Voor de overgang naar blended learning reserveren we alle ontwikkelingsuren die we nog kunnen vrijmaken. In het eerste semester doen we een aantal experimenten en in december of januari bepalen we of we september 2021 of een jaar later honderd procent blended willen zijn.’

Duo-schappen bij automotive

Brahim Boukhari, onderwijsmanager bij automotive, vertelt dat zijn opleiding al voor corona van plan was om bij de docenten met duo-schappen te werken, dus twee docenten die verantwoordelijk zijn voor een les of lessenreeks en daarmee elkaar opvangen. Dat komt nu min of meer goed uit omdat de klassen opgesplitst moeten worden in kleinere groepen.

Boukhari: ‘Als je dan tegelijkertijd in twee naast elkaar gelegen lokalen zit, kunnen die docenten in beide klassen lesgeven over dat waar ze goed in zijn. Bij zo’n duo-schap kan ook de ene docent kennisclipjes maken en de andere docent opdrachten doornemen met de studenten.’ Om makkelijk te kunnen op- en afschalen naar grotere of kleinere groepen, zijn de klassen van zeg dertig studenten overigens al bij voorbaat in drie subgroepen verdeeld. Boukhari ziet het indelen in subgroepen niet per se als negatief. ‘Binnen een subgroep van tien studenten creëer je een betere binding, en dat zal weer moeten bijdragen aan studiesucces.’

Tekst: Jos van Nierop
Illustratie: Demian Janssen

 Wil je op vrijdag (rond lunchtijd) het heetste nieuws van afgelopen week in je mailbox ontvangen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Recente artikelen

Reacties

Laat een reactie achter

 

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de man/vrouw spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Aanbevolen door de redactie

Back to Top