Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
28 september 2022

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

Ook docenten HR vragen zich af: waarom zou student naar school komen?

Gepubliceerd: 30 May 2022 • Leestijd: 5 minuten en 12 seconden • Nieuws

Wat is de meerwaarde van een fysieke les? Die vraag leggen docenten op tafel nu minder studenten naar school komen. ‘Voor een docent die een powerpoint voorleest komen studenten niet terug.’

Het onderwerp kan ‘pijnlijk’ zijn, of ‘gevoelig’, zeggen docenten. Toch moet hen een ‘ongemakkelijke waarheid’ van het hart. Wat doen hun lessen ertoe? Waarom zou een student ervoor naar school komen?

Die vraag leggen docenten op tafel naar aanleiding van de signalen dat er de afgelopen tijd minder studenten in de les zitten. Dat speelt ook op de Hogeschool Rotterdam, blijkt uit een rondgang van Profielen langs verschillende docenten van verschillende instituten en opleidingen van de HR. Al moet gezegd dat de respons op onze kleine steekproef niet erg hoog was: van de zestig docenten die we vroegen, mailden er twaalf terug. Onder hen zijn ook docenten die vinden dat het wel meevalt. Dat geldt vooral voor praktijklessen, zeggen deze docenten erbij, maar toch.

Is het een probleem?

Zijn er minder studenten en is dat een probleem? Dat is de vraag die we docenten stelden.

Een docent ziet wel minder studenten, maar is er niet gealarmeerd over. ‘Ik begrijp best dat studenten iets anders gaan doen, nu ze eindelijk weer hun hobby’s kunnen oppakken of alsnog een wereldreis kunnen maken. Ik zie daar geen probleem in’, mailt David ter Avest van ruimtelijke ordening en planologie.

Jos van Kempen (werktuigbouwkunde) ziet wél een probleem, want het gros van de studenten heeft baat bij fysieke lessen. In de les horen ze aan welke verwachtingen ze moeten voldoen, ze kunnen vragen stellen en actief met stof aan de gang gaan. ‘Ik vermoed dat “goede” studenten het prima zelf kunnen, maar zo’n tachtig procent heeft baat bij een sociale leeromgeving’, denkt Van Kempen.

Pijnlijke vraag

Dat door afwezige studenten het sociale aspect van leren in de knel komt noemen wel meer docenten als het belangrijkste probleem. Het was al een duidelijk probleem tijdens corona, vanwege de beeldschermlessen, en dat is het nu nog steeds vanwege de afwezigheid. Een goeie band met medestudenten en docenten draagt bij aan een goeie sfeer in de klas, zeggen docenten, en dat zorgt voor betere leerresultaten.

Voor een aantal docenten is het gevoel dat studenten afhaken sterk genoeg om een ‘potentieel pijnlijke’ vraag op tafel te leggen, mailt Ernst Phaff, hoofddocent bij de HR Business School. Hij geeft zelf weinig les, maar hoort van collega’s dat er wel degelijk een aanwezigheidsprobleem is. Bij sommige docenten roept dat de vraag op ‘wat de toegevoegde waarde is’ van een college voor de studenten. Wat wint een student als hij naar school komt?

Wat is je meerwaarde

Zijn nieuwe collega op de HRBS, Guido van Gemerden, loopt met dezelfde vraag rond. Dat kan te maken hebben met het feit dat hij al 25 jaar mensen uit het bedrijfsleven traint. Hij zegt daarover Van Gemerden: ‘Waarom zouden mensen duizenden euro’s betalen om naar mij te luisteren als ik niet heel duidelijk kan maken wat mijn meerwaarde is?’

lege collegezaal

Stel je even voor dat hij voor veel geld een powerpoint gaat staan voorlezen aan mensen die toch al weinig tijd hebben. Of dat hij ze voor de klas de inhoud van het boek gaat staan herhalen. Of, dubbel zo erg, als je een powerpoint vult met informatie uit het boek en die gaan staan voorlezen. ‘Daar komen mensen echt niet voor terug’, weet van Gemerden. ‘Dat is de ongemakkelijke waarheid die we onder docenten bespreekbaar moeten maken.’ 

Toetsen, opdrachten, casussen

Een les met meerwaarde heeft daarom aantrekkelijke werkvormen, waarin studenten de stof verwerken. Dat doen ze door naar de stof te kijken vanuit verschillende perspectieven, zoals dat van de docent of van medestudenten. Het boeken lezen doen studenten wat Van Gemerden betreft lekker thuis op hun eigen moment. ‘Als je voor de klas het boek gaat herhalen, beloon je enkel de studenten die zonder voorbereiding naar school komen. En degenen die wel voorbereid zijn, straf je. Die zijn voor niets naar de les gekomen. Gevolg is dat steeds minder studenten zich voorbereiden of komen opdagen.’

Het komt nog steeds voor dat docenten in de les een powerpoint afdraaien, zegt Wim van den Berge, docent bij de opleiding verpleegkunde. ‘Wel steeds minder, gelukkig, maar eerlijk gezegd denk ik dat het nog steeds gebeurt.’

Wat valt er te ‘halen’

Wat docenten beter kunnen doen, denkt Van den Berge, is vaker toetsen in de les (met of zonder cijfer) en de stof verwerken in opdrachten of in casussen. ‘In het hbo moet alle kennis die we aanleren toepasbaar zijn. We moeten studenten laten zien: dit kun je er straks in de praktijk allemaal mee. Dat voorkomt dat het alleen maar een theoretisch verhaal blijft. Ik denk dat docenten soms vergeten dat studenten zelf nog niet altijd de relatie kunnen leggen tussen theorie en praktijk.’

Het klinkt nogal calculerend, als je studenten vooral aanspreekt op wat er te ‘halen’ valt op school. Toch is dat precies wat we meer moeten doen, denkt ook Machiel Blok, docent op de pabo. ‘Hoe speel ik als docent in op wat een student nodig heeft?’, zegt Blok. ‘We geven nu massa-onderwijs, eenheidsworst, en vroeger slikten studenten dat. Nu niet meer. Corona heeft laten zien dat het anders kan.’

Van Gemerden brengt op dit punt echter een belangrijke nuance aan: De lobbyclub van Nederlandse universiteiten becijferde onlangs dat de overheid per student steeds minder geld overmaakt aan onderwijsinstellingen. ‘Er is een enorme efficiëntiedruk in het onderwijs, er moet altijd meer met minder geld. De druk op degenen die het werk uitvoeren is hoog.’

‘Er moet altijd meer met minder geld’

Machiel Blok denkt daarom dat de productiviteitsstijging van digitale hulpmiddelen moet komen. Bijvoorbeeld van digitale tools die studenten vóór de les invullen om zichzelf en de docent duidelijk te maken waar ze in hun leerproces staan. Dan kan een docent gerichter feedback geven. ‘Dankzij digitale middelen kunnen we een les afstemmen op de leerbehoefte van studenten’, denkt Blok.

Is de ongemakkelijke waarheid inderdaad dat docenten geen aantrekkelijke lessen geven? Dat voor studenten onduidelijk is wat de meerwaarde is van een docent voor de klas? Of is er iets heel anders aan de hand? Nina Adriaanse, docent bij de lerarenopleiding maatschappijleer, waarschuwt ervoor om niet meteen naar de kwaliteit van de lessen te wijzen. Je kunt de schuld niet zomaar bij studenten leggen en niet bij de inhoud van colleges, zegt Adriaanse, ‘dit gaat veel dieper’.

‘Onderschat de impact van corona niet’

‘Studenten snakken naar verbinding, maar weten tegelijkertijd de weg niet goed te vinden naar docenten en collegezalen. Ze zijn “disconnected”’, zegt Adriaanse, verwijzend naar een Engelstalig artikel in een blad over hoger onderwijs. ‘Ik denk dat we niet moeten onderschatten hoe enorm de impact is geweest van het afstandsonderwijs tijdens corona. Vooral voor tweedejaars geldt dat ze een wezenlijk andere band hebben met hun opleiding, met docenten en met elkaar.’

Tegelijkertijd ziet Machiel Blok dat het één het ander niet uitsluit. Als we studenten eenheidsworst voorschotelen, krijg je vanzelf een minder sterke band. ‘Studenten die strategisch kiezen voor een les die meerwaarde voor ze heeft, kunnen tegelijk ook een sterkere band opbouwen. Als we het onderwijs meer personaliseren, zal een student zich meer gehoord en gekend voelen’, denkt Blok. ‘Het probleem is daarom niet de afwezigheid van studenten, het probleem is het onderwijs zelf. Dit vraagt echt om een revolutie.’

Lees ook:

Tekst: Olmo Linthorst, met medewerking van Edith van Gameren en Jos van Nierop
Foto’s: Jos van Nierop, Asli Kosker


 

Recente artikelen

Reacties

Laat een reactie achter

4 Responses to Ook docenten HR vragen zich af: waarom zou student naar school komen?

  1. Ik denk zelf dat het onderwijs zo veel mogelijk af moet van lineair onderwijs en meer als verschillende stromen moet werken binnen het kader van een opleiding. Zelfstudie moet doormiddel van digitaal leren persoonlijker worden. Terwijl klassikale bijeenkomsten meer interpersoonlijk moeten worden.

    Ik vond zelf colleges een goede stok achter de deur. De docent houd je aandacht bij de les. Alleen al omdat het wel zo beleefd is op te letten. iets dat met digitale lessen veel minder het geval is en een boek lezen is gewoon een stuk saaier als leermethode. Maar wat een docent kan is vooral een leerling zelf aan het denken zetten en handen uit de mouwen steken. (Merk ook op hoe dat twee verschillende dingen zijn die bij verschillende persoonlijkheden van leerlingen passen.) Een boek of powerpoint slide is lineair terwijl een docent interactie kan bieden. De docent kan leerlingen zo veel mogelijk zelf laten doen met eklaar en hen hierin sturen, in plaats van als een boek of slide alle vragen zowel stellen als zelf beantwoorden. De kracht van klassikale lessen is de aanwezigheid van de docent en andere leerlingen, dus moeten die ook centraal staan.

    Als het neer komt op leerlingen die vragen stellen in de les denk ik dat docenten zich het volgende moeten afvragen. Zijn er andere vragen die leerlingen kunnen stellen dan: “Kunt u dat anders uitleggen / herhalen / een voorbeeld noemen?” Deze vragen of andere varianten duiden namelijk op een lineaire les en betekenen dat een leerling moeite heeft om van de vorige stapsteen naar de huidige stapsteen te springen. Maar het is wel een rechte lijn stenen zonder splitsingen de stof staat centraal. Ze helpen niet verdiepen of verbreden in de richting van de interesses van de leerling. vragen als: “Welk effect heeft dat op dit andere?” “Hoe werkt dat in deze sector?” of “Heeft deze recente ontwikkeling invloed?” zijn vragen die leerlingen mogelijk hebben waarmee zij verbreding en verdieping opzoeken. Antwoorden die ze van andere leerlingen of de docent kunnen krijgen maar niet van een lineair boek. Hiervoor moeten leerlingen wel kritisch naar de lesstof kijken en relevante goede vragen stellen, een vaardigheid die HBO’ers sowieso nodig hebben en naar mijn mening meer ontwikkeld zou moeten worden. Om hen aan te moedigen kan een docent dit soort vragen stellen aan de klas zodat zij meer connecties leggen.

    Een docent moet dus in gedachte houden dat een les meerdere wegen op kan gaan en deze sturen om een balans te vinden tussen wat leerlingen zelf willen ontdekken en wat zij moeten weten voor het vak. Zo zijn er meerdere wegen naar de zelfde eindbestemming. Wat in America veel gebeurt, waar de HR van zou kunnen leren, is dat leerlingen kiezen welke lessen van welke docent ze voor een vak volgen. Docenten hebben hun eigen invalshoeken en ervaringen die zij delen, en lessen worden binnen een module niet hetzelfde gegeven. Door leerlingen te laten kiezen welke docent en les zij willen volgen worden zij bewustgemaakt van het onderwerp voor de les en wat zij willen leren, ook letten zij meer op de individuele kwaliteiten van de docent.

    Tenslotte zie ik vooral dat innovatie op het gebied van ICT wordt gebruikt om huidige manieren van onderwijs over te plaatsen naar een digitale omgeving. Onderwijs moest tijdens de pandemie doorgaan zoals we gewend waren, maar dan digitaal. Zo creëer je een systeem met: alle nadelen van digitaal werk op afstand, gecombineerd met de mismatch van dingen die uit klassikaal werken maar niet digitaal, zonder gebruik te maken van wat digitaal onderwijs te bieden heeft. Digitaal onderwijs is fundamenteel anders met andere voor en nadelen. Zo is een klassikale bijeenkomst een stuk interpersoonlijker. Een zoomsessie is gewoon niet zo gezellig als een echte bijeenkomst. Terwijl een digitaal platform een stuk persoonlijker is. Mijn feed op social media is precies afgestemd op wat ik boeiend vind en uniek van de jouwe. Mijn toekomstmuziek voor het onderwijs is dat de stoffige lineaire boeken plaats zullen maken voor persoonlijke educatieve feeds die weten wat de leerstijl van de student is, welke werkvelden binnen de opleiding de student interesseren, welke onderwerpen aan elkaar gerelateerd zijn, et cetera, en zo weten waar de student staat en wat verdere kennis biedt. Vervolgens kun je dit individuele leerproces meenemen naar de klassikale lessen om daar te delen, samen te werken en te discussiëren over wat je geleerd hebt.

  2. Yes! De rol van docent moet veranderen van lector naar mentor!

    Waarom steeds hetzelfde college geven voor tientallen verschillende klassen? Gewoon 1 keer goed opnemen, individueel laten bekijken, via een digitaal platform direct laten toepassen en (formatief) toetsen, ondertussen gelegenheid bieden om vragen te stellen, en eventueel later een debat voeren om de diepte te zoeken.

    Men kan dan op eigen tempo door een module heen en waar nodig langer stilstaan bij zaken die voor hen nog lastig zijn (zonder daarmee de rest van de klas op te houden of zelf niets meer te snappen van het verhaal tot je de kans krijgt om terug te lezen).

    Er wordt nu al vaak naar online materiaal verwezen in de lesstof en dat is in principe prima. Maar alleen voor een boekenlijst en een lijst met Youtube filmpjes hoef ik me niet in te schrijven op het hbo toch? Dan kan ik ook op eigen houtje de stof opzoeken (daar zijn inmiddels voor ieder vakgebied voldoende bronnen voor). Dat levert misschien geen diploma, maar wel dezelfde kennis in minder tijd en met minder frustratie op.

    De waarde van het hogeronderwijs zit voor mij niet zozeer in een monopolie van kennis, maar vooral in (intensieve) begeleiding door professionals uit het vakgebied.

  3. @keen: dit idee van een docent als mentor, inplaats van “lector” was 20 jaar geleden ook populair toen competentiegericht onderwijs zijn intrede deed. 10 jaar later hadden we allemaal docenten die heel goed waren in het begeleiden en “coachen”, maar weinig echte vakkennis hadden, of echte hands-on praktijkervaring. Ik hoor daarentegen al jaren van studenten dat ze juist de echte vakkennis het meeste waarderen bij een docent – zo’n docent zien ze als een rolmodel.

    Zo’n mentor rol kan wat mij betreft, als het vanuit de inhoud gebeurt, en niet als zo’n mentor een procesbewaker wordt waarin vooral competenties besproken worden, terwijl de docent geen idee heeft hoe deze er in de praktijk eruit zien. Maar ik zie vaak dat management kiest voor generieke mentoren, dat is goedkoper dan een club echte “vakidioten” inhuren.

    Aan ideeën om onderwijs te verbeteren is nooit gebrek, in de comments zie ik een aantal andere ideeën en innovaties als flexibele leerwegen, flip-the-classroom achtige concepten, toepassing van ICT… maar lost dat het echte probleem op?

    Het probleem is niet zozeer dat studenten niet meer naar college komen en dat het leuker om makkelijker gemaakt moet worden, maar de kern van het probleem is dat studenten geen binding meer hebben de leergemeenschap van Hogeschool Rotterdam.

    10 jaar geleden sprak onze van voorzitter van het CvB Ron Bormans over de “binding” tussen docent en student, en dat kwaliteit van onderwijs wordt bepaald door de interactie in het klaslokaal. Dit idee van een klaslokaal staat inmiddels op losse schroeven begrijp ik. Maar het idee van “binding” blijft voor mij essentieel. De vraag is, hoe versterken we de binding tussen student en docenten, studenten onderling en docenten ondeelbaar. De sterkste binding krijg je naar mijn idee door vakkennis centraal te stellen, en echte “vakidioten” zijn er heel goed in om binding rondom inhoud te creëeren.

  4. @MC, absoluut mee eens! Vakkennis is waar je voor komt als student, en de sturing en opbouwende kritiek die vanuit die vakkundigheid mogelijk wordt.

    Toch is de tijd van die kundige docent óók beter besteed door meer contact-, en minder voorlees- uren denk ik dan. Gewoon een kwestie van effectief tijdsmanagement van de docent die niet 5 tot 10 keer het zelfde praatje hoeft te houden per week – stop die tijd in feedback sessies waar docent en student(en) bijvoorbeeld gemaakte opdrachten bekijken en praten over wat er beter zou kunnen. Niet alleen een cijfer of beoordeling op strakke kaders maar echt proberen de competenties van de student persoonlijk te benaderen.

    Als ik nu een tentamen maak krijg ik welliswaar een cijfer, maar geen coaching over wat beter kan, waar ik misschien misbegrippen zou moeten ophelderen of andere tips, het is zeer onpersoonlijk nu (met enkele uitzonderingen daargelaten). Bovendien ook weken later dus je bent mentaal alweer met hele andere dingen bezig – zo krijg je een opstapeling van onbegrip en onkunde.

    Er ligt daar ook een grote verantwoordelijkheid bij de student natuurlijk, maar docenten hebben nu bijna geen ruimte om die momenten te faciliteren en dat los je wel op door van 24 uur lesgeven naar 4 uur opnemen per week over te stappen.

    Wellicht een droom dat het zou kunnen werken, maar ik heb hoop.

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de persoon spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Aanbevolen door de redactie

Back to Top