Hoogbegaafd op de HR: ‘Ik interpreteer dingen anders dan mijn medestudenten’
Gepubliceerd: 17 March 2025 • Leestijd: 5 minuten en 49 seconden • Nieuws Dit artikel is meer dan een jaar oud.Dat alle hoogbegaafde jongeren vanzelfsprekend naar de universiteit gaan is een misverstand. ‘Niet iedere hoogbegaafde heeft die academische behoefte of wens’, zegt docent en specialist begaafdheid Amber Damen. De docent zet zich in voor hoogbegaafde studenten die tijdens hun studietijd obstakels tegenkomen.
‘Het is een stereotypering van hoogbegaafden’, legt Damen uit: ‘Ze zijn superintelligent, dus kunnen ze allemaal naar een technische universiteit of arts worden. Ik zie juist veel hoogbegaafden die hart hebben voor kunstvakken of ondernemer of topsporter willen worden.’
Hoeveel hoogbegaafde studenten de Hogeschool Rotterdam telt is lastig te zeggen. Damen: ‘De theorie is dat twee tot vijf procent van de mensen hoogbegaafd (een combinatie van een hoog IQ met andere eigenschappen, red.) is. Er zijn ook bronnen die zeggen dat een op de tien studenten in het hoger onderwijs hoogbegaafd is. Als je nagaat dat wij hier op de hogeschool circa 45.000 studenten hebben, dan kunnen het er een paar duizend zijn’, legt Damen uit.
Welzijn van de student
Damen heeft affiniteit met de doelgroep en is zelf ook hoogbegaafd. Als ervaringsdeskundige en specialist begaafdheid omschrijft ze hoogbegaafden als mensen die snel kunnen verbinden en analyseren, vindingrijk zijn, een sterk sociaal en psychologisch inzicht hebben en ‘wat gevoeliger zijn en bewuster zijn van de wereld en zichzelf’.
Hoewel hoogbegaafde studenten een sterke motivatie hebben voor een aantal dingen, voelen ze ook een sterke demotivatie voor veel andere dingen, legt Damen uit: ‘Voor een aantal vakken ga je helemaal los en de andere vakken zijn dan hoepels waar je doorheen moet.’
Naast die verplichte hoepels, zijn er ook andere zaken die hoogbegaafde studenten in de weg staan. ‘Ze hebben last van faalangst of perfectionisme, vinden te weinig aansluiting bij studenten en ontvangen weinig begrip bij collega’s’, somt ze op. Daarnaast zijn uitstelgedrag en succesangst – de angst om hoge verwachtingen niet te kunnen waarmaken – ook issues.
De focus van haar inzet ligt voor Damen op het welzijn van de student, met hopelijk als bijvangst een succesvol academisch pad. ‘Ik heb in mijn omgeving veel mensen gehad die weleens een duwtje of zetje kunnen gebruiken en gezien moeten worden. Wie gezien en gehoord wordt, kan zich beter ontwikkelen. Academisch en “als mens”, daar is een relatie tussen.’
Faalangst en perfectionisme
Jesse Noordover (23) studeert industrieel product ontwerpen en weet sinds de middelbare school dat hij hoogbegaafd is. ‘Ik interpreteer dingen anders dan mijn medestudenten’, vertelt hij. ‘Als ik feedback krijg, vind ik het soms lastig om te begrijpen wat het grote probleem is. Als iets heel simpel klinkt, heb ik de neiging om het lastiger te maken dan het is. Dan denk ik: zo simpel kan het toch niet zijn?’
Daarnaast heeft Jesse ook faalangst en vindt hij het soms lastig om te communiceren met zijn docenten. ‘Ik ben best wel kritisch, omdat ik ook kritisch ben op mezelf. Dat ben ik dus ook naar mijn docenten en niet altijd op een zachte manier. Het is best wel direct en daar kan niet elke docent mee omgaan. Dus ik moet leren om dat anders te brengen, zodat ze er iets mee kunnen.’

Karmijn van de Oudeweetering (33) doet de deeltijdopleiding docent beeldende kunst en vormgeving. Ze beschrijft zichzelf als intens waarnemend: ‘Het motortje staat altijd aan, maar ik blijf wel gefocust’. Ze klopte bij Damen aan omdat ze heel perfectionistisch is: ‘Ik ben bang ben om fouten te maken en als er fouten worden gemaakt, trek ik me dat erg aan’.
Ook geeft ze aan moeite te hebben met conflicten. ‘Waar sommige mensen denken “ik zet het van me af”, ga ik nadenken wat ik fout heb gedaan en ga ik zoeken naar een oplossing. Daar gaat veel energie in zitten.’
Uitdaging
Jesse ziet zowel voor zichzelf als voor de school een rol om te zorgen dat hij uitgedaagd wordt: ‘Ik heb nooit geleerd om achter een uitdaging aan te gaan, omdat ik het allemaal wel prima vond. Dus dan ga je je vervelen. Het is nu aan mij om naar docenten te gaan en ernaar te vragen, maar je kan ook de optie bieden van meer uitdaging al aanbieden aan studenten.’
Karmijn hoopt dat in het onderwijs meer aandacht komt voor de creativiteit en complexiteit van hoogbegaafde studenten, in plaats van de nadruk te leggen op moeilijkheden. Meer uitdaging is ook bij haar welkom: ‘Het mag verdergaan dan alleen standaardopdrachten. Er mag van mij meer ruimte komen om het zelf vorm te geven’.
Verbinding en ondersteuning
Damens rol is vooral verbindend. Het contact met de studenten die bij haar aankloppen begint met een aantal gesprekken. ‘Daarna stuur ik ze meestal door, want ik ben geen coach voor de lange termijn. Ik heb een groot netwerk van psychologen en coaches. Ik zoek voor de studenten de passende mensen.’
Voor Jesse en Karmijn zijn de gesprekken met Damen heel waardevol. Jesse vertelt dat Damen hem heeft geholpen om effectiever te communiceren met docenten. ‘Het geeft me geruststelling dat ik naar iemand toe kan die niets met mijn opleiding te maken heeft als ik advies nodig heb.’

Karmijn sprak in het verleden met een psycholoog, maar daar vond ze niet wat ze zocht. ‘Toen dacht ik: misschien praten met iemand die beter begrijpt hoe mijn brein werkt.’ En zo kwam ze bij Damen terecht. ‘Bij elk gesprek denk ik weer: die weet precies waar de denkfouten of energielekken zitten.’ De gesprekken hebben Karmijn geholpen om anders te denken en hebben haar gemotiveerd om aan zichzelf te werken.
‘Ga het gesprek aan en kijk wat de behoefte is’
Docenten beschikken volgens Damen niet altijd over de tools om hoogbegaafde studenten te helpen. ‘De student heeft hen misschien niet nodig voor de lessen, maar wel voor tips en tricks om door hoepels te kunnen springen. De gemiddelde docent wil misschien niet geloven dat de student hen niet nodig heeft voor de stof. Daar loop ik als collega tegenaan’, zegt Damen. ‘Ga in gesprek en kijk wat de behoefte is van de student’, geeft ze haar collega’s mee.
Jesse geeft aan dat hij het handig zou vinden als docenten de tools krijgen om met hoogbegaafde studenten om te gaan. Niet om uitgebreid met hem in gesprek te gaan over zijn hoogbegaafdheid, maar meer om te snappen waar sommige dingen, zoals zijn kritische houding, vandaan komen. ‘Ik zie dat mijn docenten wel proberen te begrijpen wat voor soort persoon ik ben’, zegt Karmijn. ‘Het is een voordeel dat het een kunstopleiding is en dat het wordt gewaardeerd als je een beetje complex denkt.’
Meet-ups
Damen merkt dat docenten haar steeds beter weten te vinden voor een lezing, workshop of een gesprek, maar snapt ook dat niet alle docenten daar ruimte voor hebben. ‘Je kunt niet overal affiniteit mee of interesse in hebben en dat is prima.’ In meet-ups brengt ze hoogbegaafde studenten met elkaar en met docenten in contact. In het kader van de week van de hoogbegaafdheid was er afgelopen woensdag zo’n meet-up op Kralingse Zoom. ‘Het doel is op een laagdrempelige, gezellige manier kennismaken en gelijkgestemden vinden. Veel studenten en collega’s hebben misschien minder gelijkgestemden om zich heen, dus dat kan prettig zijn.’
Tijdens een meet-up is er ook ruimte voor informatie over hoogbegaafdheid. ‘Wat kunnen signalen en kenmerken zijn, in relatie tot studie. Dus hoe kunnen docenten of studentbegeleiders hun vermoedelijke hoogbegaafde iets meer op maat begeleiden?’ Tegelijkertijd wordt er stilgestaan bij wat de student zelf kan doen: ‘Die zelfregulatie is ook heel belangrijk. Je moet het zelf doen en soms is het handig om te sparren met anderen’.
On a mission
Profielen sprak Damen ook een aantal jaar geleden. Toen was zij on a mission om aandacht te krijgen voor hoogbegaafden op de HR. Is dat gelukt? ‘Nee’, antwoordt Damen, ‘maar dat ligt ook aan mij. Ik merk dat ik liever met het landelijke netwerk aan de slag ben, dan dat ik binnen de HR doe. Maar ik merk dat als ik dat doe, ik ook vrij snel stappen kan maken.’
Wat ze van de hogeschool nodig heeft, is dat er meer erkenning komt voor hoogbegaafden. Bijvoorbeeld door bewustwording over de doelgroep. ‘Die bewustwording moet ik brengen en is in de afgelopen jaren wel verbeterd’, geeft ze aan. Ze merkt dat er steeds meer collega’s met haar in gesprek gaan en dat er minder gefronst wordt als het over hoogbegaafdheid gaat.
Voor de komende jaren heeft Damen een concreet doel. Ze wil een beter netwerk binnen de HR opzetten, met collega’s die affiniteit hebben met de doelgroep om zo een vaste plek te krijgen binnen het decanaat en studentenwelzijn.
Tekst: Daniela Silvestri
Foto’s: Karmijn van de Oudeweetering en Jesse Noordover






Hoogbegaafdheid is een heel belangrijk maar nog onbelicht thema. Een aantal hb’ers weet niet eens dat ze hb zijn, ze vinden zich niet echt slim, vaak weten ze wel dat ze anders zijn en maskeren kost veel energie. Een wereld te winnen!
Ik ben blij te lezen dat hier aandacht voor is. Zelf als hoogbegaafde merk ik vaak dat het heel moeilijk is voor niet hb’ers om te begrijpen hoe een hoog begaafd iemand denkt. Je maakt sneller verbindingen waarin voor het gevoel van een ander je een grote sprong maakt. Het kost energie om tussenstappen te maken terwijl de snellere verbinding logisch is. Hier zie ik nog wel een uitdaging. Hoe leer je als docent of begeleider dit te herkennen of hiermee om te gaan? Het kan een wereld van verschil betekenen. Heel mooi initiatief van de meet-ups!
Hi Docent en JL, mail me anders even (damam@hr.nl), dan nodig ik jullie uit voor de eerstvolgende Meet & Greet!
Dat geldt ook voor andere lezers, uiteraard ;-).
Goed stuk. Hoogbegaafden worden vaak gezien als een groep mensen die hetzelfde kunnen als niet-hoogbegaafden maar dan alles beter en sneller. De realiteit is echter dat je als hoogbegaafde vaak tegen obstakels aanloopt omdat je in een wereld moet functioneren die niet op jou geijkt is, waardoor je net zo goed behoefte aan ondersteuning en begeleiding kan hebben als iemand die aan de andere kant van de IQ-verdeling zit.
Daarbij vertaalt snel verbindingen maken en conclusies kunnen trekken niet naar vaardigheden die belangrijk zijn in het onderwijs zoals bijv. plannen. Intelligentie is gereedschap, je moet er mee om kunnen gaan, je hebt nog steeds training nodig om het goed te gebruiken, en net als gereedschap is het geschikt of minder geschikt om bepaalde dingen te doen.
Ha Amber, heel fijn dit!
Binnen Studentenwelzijn komt er gelukkig steeds meer aandacht voor het begrip neurodiversiteit.
De Studentenwelzijnsadviseurs lezen nu het boek ‘Als alle breinen werken, waarom ruimte voor neurodiversiteit op het werk goed is voor iedereen’ Van Saskia Schepers. (Luister vooral ook naar haar podcast over dit onderwerp!)
Kort samengevat: 20% van de mensen is neurodivergent (hun brein is anders bedraad). Onder deze 20% mensen met een anders-bedraad-brein vallen mensen met ASS, ADHD, Hoogbegaafdheid, Hoogsensitiviteit, Dyslexie, Dyscalculie, Dyspraxie, Bipolair, Tourette, Synesthesie en NAH.
Het hele punt is natuurlijk dat 80% van de mensen om hen heen neurotypisch is (en werkprocedures, modulebeschrijvingen, handleidingen, beleid etc. ook opgesteld wordt door deze 80%).
Iederéén zal zich op school of op het werk aan moeten passen, dat is helder.
Maar het hoeft verder geen betoog dat het voor die 20% (veel) harder werken is om aan alle geschreven en ongeschreven regels te voldoen…