Ook voor HR-studenten gaat bijbaan soms boven studie: ‘Eén college op een dag? Als het niet belangrijk is kom ik niet’
Gepubliceerd: 27 January 2026 • Leestijd: 3 minuten en 49 seconden • Nieuws
Gaan bijbanen ten koste van je studie? Soms wel. Profielen sprak naar aanleiding van een recent HOP-artikel met een aantal studenten over waarom ze al dan niet veel werken naast hun studie en hoe ze de combinatie ervaren.
‘Ik werk in de psychiatrie en heb een vast nul-urencontract’, vertelt Amira. De tweedejaars verpleegkunde werkt vooral in het weekend en als ze geen colleges heeft. ‘Als de docent alleen maar stof gaat herhalen, laat ik weleens een college schieten’, vult ze aan. De studente vindt het onhandig dat ze in de vier dagen die ze naar school moet komen veel tussenuren heeft. Werken tijdens die vier dagen wordt dan lastig. ‘Maak er een vol rooster van!’
‘Als ik minder zou mogen werken zou ik dat doen’
Ook Maroua, tweedejaars social work, werkt in de psychiatrie, als begeleider. Ze heeft een contract van 16 uur – het minimum – en vindt dat aantal uur soms best lastig. ‘Als ik minder uur zou mogen werken zou ik dat wel doen, want mijn studie gaat voor. Door toetsen of deadlines loop ik soms bijna vast, en denk ik “Had ik maar niet gewerkt”.’
Aan de andere kant wil Maroua ook haar bijbaan – die ze een ‘grote-mensen-baan’ noemt – ook niet inruilen voor een andere. ‘Ik wil graag in mijn expertise werken; eigenlijk doe ik het ook voor school.’ En daarnaast werkt de student, die bij haar ouders woont, om te sparen en leuke dingen te kunnen doen.
‘Ik hou van dure hobby’s’
Dat laatste is ook voor Nick, eerstejaars werktuigbouwkunde, een belangrijke reden. Zonder bijbaan zou hij ook kunnen rondkomen. ‘Maar ik hou van dure hobby’s’, motiveert hij. ‘Ik heb een motor die 6.000 euro kostte, en waarvoor ik benzine koop en dan weer een nieuw uitlaatje.’ Bij zijn bijbaan mag hij tot zijn eigen tevredenheid ook op gemotoriseerd vervoer rijden. ‘Ik werk bij de gemeente voor de groenvoorziening, grasmaaien en zo.’
Nick is voor de gemeente vooral beschikbaar op vrije dagen. En soms op dagen waarop hij maar één of twee uur college heeft. Die colleges skipt hij als hij denkt “zonder die colleges ga ik het ook wel halen”. Cas, eerstejaars industrieel product ontwerpen, laat soms op vrijdagmiddag weleens een college-uur vallen. ‘Dat gaat dan meestal om zelfstudie’, vertelt Cas die dan naar Den Haag reist om in de Ierse pub te werken. Hij vindt zijn bijbaan daar – vooral in het weekend – prima te combineren met zijn studie.
Pleidooi voor aaneengesloten roosters
Amy, tweedejaars facility management, is voor werk in de Utrechtse horeca te vinden en slaat net als Cas ook weleens een college aan het eind van de middag over. De studente pleit net als veel anderen voor aaneengesloten roosters. ‘Eén college op een dag? Als het niet belangrijk is kom ik niet’.
Haar studiegenoot Emma is het daarmee eens. Voor haar is de combinatie werk-studie wel iets makkelijker omdat ze in het centrum van Rotterdam in een kledingwinkel werkt. Emma ervaart haar werk als leerzaam en belangrijk. ‘Ik wil na mijn studie wel wat anders gaan doen maar ik heb hier voor de komende twee, drie jaar heel leuke doorgroeimogelijkheden. Op dit moment heb ik op vrijdag en zaterdag de rol van manager, dat heeft ook wel een overlap met mijn opleiding.’
Stoppen met bijbaan omdat partner fulltime werkt
Voor Quinten, vierdejaars ergotherapie, sloot zijn bijbaan gedurende enkele jaren ook heel goed aan bij zijn opleiding. ‘Ik werkte in een ziekenhuis, maar na tweeënhalf jaar liep mijn contract af. Nu werk ik in een slijterij, vooral ’s avonds’. Quinten vindt het goed te combineren maar wil er binnenkort, tijdens zijn drukkere afstudeerperiode, mee stoppen. Dat dat financieel ook kan, helpt uiteraard mee. ‘Mijn partner werkt fulltime’, verklaart hij.
Roel, tweedejaars Ad engineering, deed twee jaar geleden nog een bachelor werktuigbouwkunde aan de Hogeschool van Amsterdam. De verplichte cursus die toen bij zijn bijbaan bij de vrijwillige brandweer hoorde, heeft misschien wel invloed gehad op het stoppen met die opleiding, suggereert hij. ‘Dat was één dag per week cursus en dat heb ik toen voor laten gaan waardoor ik colleges miste’.
Het werk bij de brandweer is nu prima te combineren met zijn huidige opleiding. Roel doet er zelfs nog ander werk bij. Voor taxi- en vervoersbedrijf Easy Way rijdt hij als hij er tijd voor heeft, en onlangs hielp hij een vriend met het opbouwen van stands. ‘Ik heb een weekje voor hem gewerkt om wat bij te verdienen voor de wintersport. Ik heb toen de keus gemaakt om daardoor wel twee vakken te missen. De meeste stof hadden we al gehad, en het ging nog om het verslag uit te schrijven.’ Roel haalde er een 8,9 voor.
‘Het moet, financieel’
Yasmine en Semina lijkt de combinatie studeren en werken minder makkelijk af te gaan. Anders dan de studenten die eerder aan het woord kwamen doen zij een deeltijdopleiding, gezondheidszorg en welzijn. ‘Ons werk is in de zorg waar we fulltime werkten, maar nu tijdens de opleiding veel minder’, vertelt Semina die bovenop haar kleinere aantal uren extra diensten aanneemt. ‘Het moet, financieel’, motiveert ze. ‘Daardoor en omdat je in de zorg onregelmatige diensten draait, ben je toch nog vaak zeven dagen met werk bezig. Een stukje rust is wel waar je naar op zoek bent in deze periode (waarin ook tentamens zijn, red.).’
Dat geldt ook voor haar studiegenoot. ‘Je moet je eigen grenzen proberen te bewaken’, neemt Yasmine zich voor. ‘Het gaat ten koste van je sociale contacten.’
Tekst: Jos van Nierop
Beeld: Demian Janssen
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.






Het huidige probleem rondom aanwezigheid en studeerbaarheid hebben we deels zelf gecreëerd sinds het afschaffen van de studiebeurs jaren geleden. Voor veel studenten werd werken naast de studie noodzakelijk om hun opleiding te kunnen bekostigen. Dat heeft direct invloed op hun beschikbaarheid, energie en betrokkenheid.
Juist daarom ligt er een belangrijke taak bij ons als docenten: we moeten onderwijs zo betekenisvol, uitdagend en relevant maken dat studenten gemotiveerd zijn om te komen. Goede lessen trekken uiteindelijk vanzelf studenten aan.
Een volledig aaneengesloten rooster klinkt in theorie aantrekkelijk, maar in de praktijk is dat nauwelijks uitvoerbaar. Docenten hebben meerdere rollen: naast onderwijs zijn er onderzoeksverplichtingen, commissies, enz. en willen ook wel eens pauze om een zelfgesmeerde boterhammen te eten. Het rooster moet dus rekening houden met een veel breder takenpakket dan alleen lesgeven.
Wat daarnaast steeds meer opvalt, en eerlijk gezegd zorgen baart , is de houding van sommige studenten die denken: “Dan skip ik dat college wel, want ik vind het niet waardevol.” Die redenering is niet alleen gemakzuchtig, maar ook arrogant. Het idee dat je als student individueel kunt bepalen welke onderdelen van een zorgvuldig opgebouwde opleiding “wel” of “niet” waardevol zijn, miskent de expertise van docenten én het doel van academische vorming.
Bovendien wordt een studie in Nederland grotendeels bekostigd door belastinggeld dat wij met elkaar opbrengen. Dat brengt een bepaalde verantwoordelijkheid met zich mee: serieus deelnemen, aanwezig zijn en de kansen die je krijgt niet vanzelfsprekend vinden. Studeren is meer dan opdrachten maken; het vraagt om professionele houding, betrokkenheid en respect voor de investering die de maatschappij in je doet.