Vijf ervaren instituutsdirecteuren solliciteerden niet naar kwartiermakersrol
Gepubliceerd: 21 May 2026 • Leestijd: 2 minuten en 56 seconden • NieuwsVijf ervaren directeuren wilden geen kwartiermaker van een kennisdomein worden. Ze hebben aan hun medewerkers laten weten dat ze niet hebben gesolliciteerd.

Op de HR wordt gereorganiseerd. De onderwijsinstituten en kenniscentra verdwijnen en daar komen vijf kennisdomeinen voor terug. De twaalf vaste directeuren van kenniscentra en instituten konden solliciteren op een kwartiermakersrol bij een van de vijf domeinen, om later directeur van dat domein te worden. Vorige week werd bekend welke directeuren zijn benoemd.
Een aantal ervaren directeuren van de hogeschool zit daar niet hij. EAS-directeur Mirjam van den Bosch, die al 23 jaar werkzaam is op de HR, Jeroen Oversier (IvG, 22 jaar), Fred Feuerstake (RBS, bijna 22 jaar), Ostara de Jager-Bes (ISO, meer dan 18 jaar) en Heleen Elferink (CMI, 9 jaar) worden geen domeindirecteur.
Beweegredenen
‘Ik heb ervoor gekozen niet te reageren op de positie van kwartiermaker’, zegt Van den Bosch daarover. De reden daarvoor wil ze niet met Profielen delen: ‘Ik heb het bestuur laten weten waarom niet’, mailt ze. Ook de andere vertrekkende directeuren willen hun beweegredenen niet toelichten.
Roland van der Poel, nu directeur van de Rotterdam Academy (het instituut van de Associate degrees) solliciteerde wel op de rol van kwartiermaker. Tot zijn eigen teleurstelling is hij het niet geworden.
Fred Feuerstake, die al jaren leiding geeft aan de businessopleidingen, heeft niet naar de nieuwe functie voor domeindirecteur Business gesolliciteerd, vertelt hij in een bericht aan alle medewerkers van RBS. Hij heeft er ‘bewust voor gekozen om niet te solliciteren’, schrijft hij, zonder verder iets prijs te geven over zijn redenen. Feuerstake spreekt van een ‘moeilijke beslissing’, na 22 jaar bij de HR.
Externe kandidaat voor business
Business is het enige van de vijf nieuwe domeinen dat nog geen kwartiermaker heeft. Het college van bestuur (cvb) zoekt daarvoor een externe kandidaat en hoopt daar volgende week meer over bekend te kunnen maken, vertelde voorzitter Sarah Wilton-Wels in de online informatiebijeenkomst op 20 mei.
De directeuren die geen kwartiermaker zijn geworden verliezen hun functie op 1 januari 2027. Een maand geleden werden het cvb en de vakbonden het eens over een sociaal plan voor de directeuren, waarvan ze op vrijwillige basis gebruik kunnen maken.
Het uitgangspunt daarin is dat ze van werk-naar-werk worden begeleid. De woordvoerder van de hogeschool plaatst daar een kanttekening bij: ‘Voor deze groep directeuren zullen er naar alle waarschijnlijkheid weinig passende functies zijn, maar bij een geschikte of passende functie binnen HR zal deze uiteraard worden aangeboden.’ Onder een ‘passende functie’ wordt doorgaans verstaan: een functie die aansluit bij capaciteiten en ervaring, met vergelijkbare arbeidsvoorwaarden.
Zorgen voor continuïteit
De centrale medezeggenschapsraad moet nog definitief instemmen met de domeinvorming. Als de raad dat niet doet, verandert er op dat moment nog niets aan de organisatie van de HR, stelde cvb-voorzitter Sarah Wilton Wels afgelopen woensdagochtend in een online informatiebijeenkomst. Het kan dus zijn dat de instituten toch blijven bestaan, maar de bijbehorende directeuren inmiddels van de vertrekregeling gebruik hebben gemaakt.
Het cvb toont begrip voor de zorgen over continuïteit in de organisatie: ‘Het cvb onderstreept het belang van stabiliteit. We zijn daarom goed in gesprek met de individuele directeuren over hun toekomst en hun perspectief en handelen daarnaar. We blijven over de domeinvorming in gesprek met vakbonden en cmr en blijven alert op signalen uit de organisatie. Zo zorgen we samen voor rust en continuïteit voor medewerkers en studenten.’
Niet tegelijk vertrekken
Het is nog de vraag of en wanneer directeuren van het sociaal plan gebruikmaken en vertrekken, vertelde collegevoorzitter Sarah Wilton-Wels afgelopen woensdagmiddag in de openbare vergadering van de centrale medezeggenschapsraad. ‘We hopen dat ze dat niet meteen allemaal tegelijk doen.’ Op dit moment hebben de directeuren nog de leiding over een instituut of kenniscentrum. Wilton-Wels: ‘Ik heb ze allemaal gesproken en voel wel dat ze heel erg betrokken zijn bij de HR.’
‘De HR staat voor een enorme opgave’, stelt scheidend EAS-directeur Van den Bosch. ‘Mijn rol tegenover de HR en de opgave gaat veranderen, ik weet nog niet hoe dat eruit gaat zien. Over mijn toekomst ben ik aan het nadenken, ook daarvan weet ik nog niet hoe die eruit gaat zien’.
Van den Bosch wil nog kwijt dat ze de afgelopen 23 jaar met heel veel plezier bij de HR heeft gewerkt en dat ‘afscheid nemen van mijn rol van directeur bij de HR niet makkelijk is’.
Tekst: Jos van Nierop, Edith van Gameren, Olmo Linthorst
Beeld: Demian Janssen
Profielen is ook actief op LinkedIn. Volg ons, blijf op de hoogte en praat mee over actuele onderwerpen.






We solliciteren niet……
Oef, de roekeloze haast waarmee de domeinvorming wordt doorgedreven. Een punt van zorg, zeker. En dan lees ik dit: vijf ervaren directeuren solliciteerden niet. Dat doet me wat. Niet omdat ik verbaasd ben—want wie zou willen meedoen aan dit theaterstuk?—maar omdat ik weet wat we missen.
Een aantal van hen ken ik. Voor een paar mocht ik zelfs werken. Wat me bijblijft? Hun warmte voor het onderwijs en de mensen in dat onderwijs. De ruimte die ze laten voor studenten, staf en docenten om vanuit hun eigenheid mee te bouwen aan het instituut waar ze leren en werken. Ruimte voor onderwijs—want ja, instituut komt van instruere: opbouwen, inrichten, onderwijzen.
Maar domein? Dat komt van dominium: heerschappij, bezit, eigendom. Namen doen ertoe, en met deze keuze laat het CvB wat mij betreft onbewust haar kaarten zien. Voor de boekenlezers onder ons: de toekomstmakers zetten in op 1984. Willen we dat?Nee. Gelukkig zijn er MR-verkiezingen.
Dus: stel je verkiesbaar. Vecht tegen machtspolitiek. Want als we niets doen, wordt de toekomst niet door ons gevormd—metgezellen als in het woord maatschappij—maar door een handjevol bestuurders die denken dat dominium klinkt als vooruitgang.
Niek Ploegman
Hoofddocent Ondernemerschap & Retail Management
Opvallend dat vooral langzittende directeuren niet hebben gesolliciteerd.
Wat kan er zonder woorden zóveel gezegd worden.
Dank Profielen dat jullie een poging doen om de gevolgen van de reorganisatie op neutrale wijze te duiden! Dan toch maar een niet-neutrale reactie! Van de ervaren instituutsdirecteuren solliciteerde er uiteindelijk dus maar één van de vijf. Want ‘ervaren’ ben je zo ongeveer na drie jaar deze functie te hebben vervuld (en dan vallen er twee af). Wat is er nu werkelijk gaande is binnen HR? Drie van vijf directeuren die niet solliciteerden hebben de afgelopen jaren onze strategische agenda getrokken op het thema Studentsucces. Alle vijf directeuren maakten onderdeel uit van de beweging die binnen HR – samen met onderwijslectoren – jarenlang hogeschoolbrede activiteiten ontplooide om binnen opleidingen het studentsucces te bevorderen. Begin 2026 werd duidelijk dat dit thema er niet echt meer toe doet. Ook onze ‘eigen’ lectoren Studiesucces, Curriculumontwikkelingen en Taalbewust hoger onderwijs hebben te horen gekregen dat deze thema’s niet meer passend zijn bij de strategie van HR.
Niet alleen bij onze hogeschool maar in het hele land is zichtbaar dat bestuurders ervan overtuigd zijn – overal bijgestaan door consultants van Boer & Croon – dat centralisatie de efficiëntie van de primaire processen gaat verbeteren. Wat randvoorwaardelijk nodig is voor goed onderwijs (en onderzoek) doet er niet toe, alles draait om “beheersbaarheid van processen”. De volgende laag die er binnenkort uitvliegt zijn veel onderwijsmanagers. Ook hier zullen we ongetwijfeld zien dat dit vooral managers zijn met hart voor onderwijs, docenten en studenten. Je moet er maar zin in hebben om je tijd achter je laptop door te brengen om de doorgeschoten centralisatiedrift van het CvB te stillen.
HR en het HBO verkeren in barre tijden. Het tij zal vast wel eens keren. Ik hoop voor alle directeuren, onderwijsmanagers en onderwijslectoren die binnenkort hun baan verliezen dat zij een mooie nieuwe plek vinden in onderwijsinstellingen waar het gesprek over een efficiëntere organisatie-inrichting begint bij wat nodig is om goed onderwijs voor onze studenten (en goed onderzoek) te verzorgen.
Wordt de CMR hier in het pak genaaid?
De weigering van directeuren om te solliciteren naar de functie van kwartiermaker spreekt boekdelen. Of dit te maken heeft met de domeinvorming, blijft speculatief, maar één ding is zeker: met hun vertrek verdwijnt niet alleen ervaring, maar ook cruciale organisatiekennis – kennis die essentieel is voor een geslaagde grootschalige verandering zoals de domeinvorming.
Nu de CMR heeft ingestemd met de grofstructuur, rijst de vraag: zal zij ook instemmen met de fijnstructuur? Die keuze zal logischerwijs afhangen van de kwaliteit van de onderbouwing. Maar hoe toets je of een plan adequaat is? En wat als de onderbouwing onvoldoende blijkt, terwijl de druk om door te pakken toeneemt?
Het dilemma voor de CMR in een notendop
De CMR staat voor een strategische keuze, met vier mogelijke uitkomsten:
CMR zegt ja CMR zegt nee
Slecht onderbouwd Bestuurlijke wanorde Bestuurlijke wanorde
Goed onderbouwd Gemiste kans Goed bestuur
Het probleem: de keuze is niet puur inhoudelijk. Met het vertrek van directeuren en de goedkeuring van de grofstructuur kan de CMR onder druk worden gezet. Als zij nee zegt, zal het CvB haar medeverantwoordelijk houden voor eventuele organisatorische wanorde – immers, de overgebleven kwartiermakers kennen de tien instituten nauwelijks. Het argument zal luiden: “Er is geen tijd voor omtrekkende bewegingen; we moeten doorpakken, anders loopt de organisatie vast.”
De veiligste route voor de CMR is dan ook om in te stemmen, waarbij zij erop toeziet dat de fijnstructuur ordentelijk wordt ingevoerd. Het is de vraag of een dergelijke benadering afdoende is om bestuurlijke wanorde te voorkomen.
Naast het wel of niet instemmen kan de CMR er ook voor kiezen de fijnstructuur voor te leggen aan docenten. Zij hebben skin in the game: zij ervaren de gevolgen van de verandering het meest direct.
Deze aanpak sluit aan bij het denken van Nassim Nicholas Taleb, die stelt dat organisaties adaptief, wendbaar en robuust kunnen worden wanneer de werkvloer ruimte krijgt om mee te denken en autonoom te handelen. Doordat docenten skin in the game hebben, zullen zij geneigd zijn de meest efficiënte en effectieve keuzes te maken.
De kernvraag is daarmee niet alleen of de fijnstructuur inhoudelijk overtuigt, maar ook of de CMR nog voldoende ruimte ervaart om onafhankelijk te toetsen nu tijdsdruk en organisatorische afhankelijkheden toenemen.
Dit is de manier waarop een hogeschool zichzelf stapje voor stapje overbodig maakt. Het leven wordt er langzaam uitgeperst, totdat het een groot ‘lean’ en gestandaardiseerd proces is geworden.
De verschillende perspectieven en argumenten die mensen hierbij hebben worden door het CvB als begrijpelijke ’emoties’ afgedaan (zie digitale ontmoeting van afgelopen woensdag), maar niet echt serieus genomen. Misschien zouden ze dat wel willen, maar ze doen dat niet echt.
Ik denk wel dat een andere organisatorische indeling de Hogeschool zou helpen. De HR is nu voor 30 procent RBS met een x-aantal andere instituten. Hoe die andere indeling gaat heten, soit, whats in a name. Ipv domeinen (heers) zouden het ook faculteiten kunnen heten. Wat ik wel jammer vind, is dat de fijnstructuur, of welke andere structuur dan ook, niet vooraf is bepaald. Dat had een groep uit het huidige managementteam toch kunnen doen. Dat had dan netjes aan de cmr ter advies/instemming kunnen worden aangeboden. En losse randjes (medezeggenschap bijvoorbeeld) hadden dan netjes afgehecht kunnen worden.
Nu wordt de druk op de CMR, naar mijn mening, onnodig hoog opgevoerd. En was het draagvlak (niet belangrijk in deze wereld) onder het gremium directeuren waarschijnlijk ook hoger geweest. Gevolg: minder gedoe, minder emotie. Nu moet er zelfs een externe als kwartiermaker voor het domein business gaan optreden, terwijl er naar mijn mening, intern toch voldoende kwaliteit is om hier richting aan te geven.
Ruim 70 jaar (!!!!) aan HR ervaring, waarvan een groot deel op directieniveau gaat eind dit kalenderjaar dus verloren. Dat ze hun beweegredenen niet verder willen toelichten zegt wat mij betreft heel veel. Bizar hoe dit ‘prestigeproject’ domeinvorming doorgedrukt wordt door een CvB, die bij elkaar slechts een fractie van werkervaringsjaren binnen de HR hebben. Met de manier waarop dit proces verloopt, heb ik het vermoeden dat ze de HR vooral als ‘trede’ in hun carrierepad zien. En weinig geven om de HR, haar medewerkers en vooral haar studenten. En dan vooral de gevolgen voor de lange termijn en wat dit voor medewerkers betekent dit hier met hart en ziel voor studenten werken.
Volgens mij begrijpt iedereen dat we ons moeten aanpassen aan de huidige situatie (ontwikkelingen in de wereld, minder studenten, minder geld, etc.), maar de manier waarop het nú gaat…
Wat ik steeds mis in de berichtgeving over de kwartiermakers is het feit dat de kwartiermakers voor een te vormen domein directeuren zijn van een van de betrokken instituten. Dat is toch op zijn minst opmerkelijk? We leren onze studenten over goede en zuivere governance en het tegengaan van subjectiviteit en belangen die door elkaar gaan lopen, en tegelijkertijd laat de HR een fusie tussen twee instituten onderzoeken door de directeur van een van beide partijen.
Daarnaast is het een slecht signaal naar medewerkers van instituten waar momenteel veel onrust en onvrede heerst, dat de directeur er ‘even’ een taak bij gaat doen. Het argument dat de betreffende directeuren extra ondersteuning krijgen, neemt die zorg allerminst weg.