‘Je kunt een stoffig rapport opleveren, maar je kunt het ook anders doen’
Auditor Otto de Cort draagt graag een driedelig pak, liefst met een opvallende stropdas of een strikje. Maar achter die strakke en zakelijke uitstraling schuilt een creatief mens. Ook in zijn werk zoekt hij graag naar originele manieren om dingen aan te pakken. ‘Je kunt alles in een keurig rapport zetten, maar ik vind het belangrijk dat mensen zichzelf erin herkennen.’
‘Ik werk nog maar vijf weken bij de Hogeschool Rotterdam, dus ik ben nog volop aan het ontdekken hoe alles hier werkt. Als auditor onderzoek ik eigenlijk of we de dingen doen zoals we met elkaar hebben afgesproken. Doen we het op de goede manier? En vooral: doen we het op de manier die we zelf goed vinden?
‘Ik bepaal niet wat goed is, dat heeft de organisatie zelf bepaald. Ik kijk of wat we doen ook overeenkomt met wat we zeggen dat we doen. Daarbij gaat het niet zozeer om financiën, maar bijvoorbeeld om strategie, doelstellingen en de manier waarop processen zijn ingericht. Waar willen we als hogeschool naartoe en hoe zorgen we dat we die doelen ook bereiken? Dat zijn de vragen waar ik me mee bezighoud.
‘Het leuke aan mijn werk is dat ik ontzettend veel verschillende onderwerpen tegenkom. Als ik ergens iets van moet vinden, wil ik er ook echt iets van weten. Dus ik mag veel lezen, onderzoeken, vragen stellen en met mensen praten.
‘Als ik ergens iets van moet vinden, wil ik er ook echt iets van weten. Dus ik mag veel lezen, onderzoeken, vragen stellen en met mensen praten.’
‘Eigenlijk is het heel creatief werk. Ik maak zelf een onderzoeksmodel of gebruik bestaande modellen waarvan ik weet dat ze betrouwbaar zijn. Vervolgens probeer ik alle informatie bij elkaar te brengen en daar iets zinnigs over te zeggen. Je moet dingen meetbaar en controleerbaar maken, maar dat kan volgens mij ook met een beetje humor en een glimlach. Het hoeft allemaal niet saai en stoffig te zijn.
‘Bij audits gaat het vaak over mensen. Daarom vind ik het belangrijk om dicht bij die mensen te blijven. Je kunt een heel zakelijk rapport schrijven waarin niemand zich herkent, maar je kunt ook proberen dezelfde taal te spreken als de mensen die je hebt geïnterviewd.
‘Soms hoor je tijdens een onderzoek iets wat misschien niet tot de vijf belangrijkste conclusies behoort, maar wat voor medewerkers wel degelijk belangrijk is. Dan kun je dat best even benoemen. Ik wil dat mensen hun eigen verhaal teruglezen en denken: hé, hij heeft echt geluisterd. En dat ook de directie begrijpt wat er op de werkvloer speelt. Uiteindelijk moet zo’n rapport niet alleen kloppen, maar er moet ook iets mee gebeuren.
‘Daar probeer ik op mijn eigen manier aan bij te dragen. Als een groep collega’s ontzettend hard heeft gewerkt om mij informatie aan te leveren, kom ik bijvoorbeeld met een taart langs. Gewoon om te zeggen: dank jullie wel, jullie hebben het fantastisch gedaan. En dat laat ik dan ook aan anderen zien. Zo kun je mensen op een leuke manier bij je werk betrekken. Hetzelfde geldt voor de presentatie van je bevindingen. Je kunt een stoffig rapport opleveren, maar je kunt er ook iets creatiefs van maken. Ik ben toch een kleine rebel.
‘Ik wil dat mensen hun eigen verhaal teruglezen en denken: hé, hij heeft echt geluisterd. En dat ook de directie begrijpt wat er op de werkvloer speelt.’
‘Die creativiteit zat er vroeger ook al in. Na mijn studie hbo rechten kwam ik bij het UWV terecht, waar ik voor een traineeship een pitch moest houden. Ik had een schilderijlijst van de muur gehaald, die kapotgemaakt en er een fietsband tussen gespannen. Tijdens mijn presentatie rekte ik die band op en stapte ik erdoorheen. Mijn boodschap was dat de kaders van de wet wel vastliggen, maar dat je zelf kunt kijken hoe je daarmee omgaat en waar ruimte zit. Dat vonden ze hartstikke leuk.
‘Uiteindelijk kwam ik terecht bij de afdeling business control. Daar ontdekte ik hoe interessant het is om niet alleen naar de dagelijkse werkzaamheden te kijken, maar ook naar de organisatie als geheel. Hoe werken processen, hoe gaan mensen met elkaar om en waar kun je iets verbeteren? Daar is mijn belangstelling voor dit vak eigenlijk begonnen.
‘Daarna heb ik zo’n tien jaar bij de gemeenten Rotterdam en Vlaardingen gewerkt. Op een gegeven moment vond ik het tijd voor een andere omgeving. Bij de gemeente raak je toch gewend aan een bepaald stramien. Ik wilde weer iets nieuws ontdekken.
‘Wat me aanspreekt bij de Hogeschool Rotterdam is dat mensen hier echt ergens voor staan. Uiteindelijk doen we het allemaal voor de studenten. Dat maatschappelijke vind ik belangrijk. Bovendien houd ik ervan om ergens echt onderdeel van te zijn. Ik ben niet iemand die steeds van de ene naar de andere organisatie wil. Ik vind het gezellig als ik collega’s ken, even hallo kan zeggen en weet wat er speelt. Hoewel ik hier pas kort werk, ben ik ontzettend hartelijk ontvangen.
‘Zelf was ik vroeger trouwens niet bepaald de ideale student. Toen ik zeventien was, ben ik naar Amsterdam verhuisd. Ik hoefde niet zo nodig op wereldreis, daar viel voor mij al genoeg te beleven. Er waren toen nog volop discotheken en kroegen, die ik meermaals heb bezocht. Toen ik uiteindelijk toch maar eens ging studeren, zocht ik vooral iets met weinig vakken en zo min mogelijk aanwezigheidsplicht. Dat werd hbo rechten. Ik had ook al bedacht dat ik ambtenaar wilde worden. Lekker 36 uur werken, fiets van de zaak, ik was als een kind zo blij.
‘Volgens mijn dochter moest ik meer strikjes dragen, dus ben ik strikjes gaan kopen. Zo simpel kan het zijn.’
‘Inmiddels kijk ik heel anders naar studeren. Twee jaar geleden heb ik nog een opleiding aan de Erasmus Universiteit afgerond. Ik heb zelf ervaren hoeveel verschil een diploma kan maken voor je loopbaan. Daarom zie ik ook hoe belangrijk onderwijs is voor de toekomst van studenten.
‘Naast mijn werk houd ik erg van kunst en musea. Mijn Museumkaart gebruik ik volop. Ik heb niet één favoriet museum; ik vind het gewoon leuk om overal te kijken. Een tentoonstelling van Iris van Herpen, met al die bijzondere jurken, vond ik bijvoorbeeld fantastisch. Maar ik ga net zo graag naar een kleiner museum in Schiedam of Dordrecht. Vaak gaat mijn dochter Bobbie mee. Ze is vier en vindt dat allemaal hartstikke leuk, zolang er maar ergens een tosti gegeten wordt. Dat is wel een belangrijke voorwaarde.
‘Ook speel ik graag bord- en kaartspellen, waaronder Magic: The Gathering. Ik houd vooral van spellen waarbij je een beetje moet nadenken. Het moet niet allemaal van geluk afhangen.
‘En ja, mijn kledingstijl valt blijkbaar op. Ik draag graag een pak, soms met een stropdas en soms met een strikje. Volgens mijn dochter moest ik meer strikjes dragen, dus ben ik strikjes gaan kopen. Zo simpel kan het zijn. Ik kijk vooral wat ik leuk vind en wat me staat.
‘Vroeger liet ik ook weleens kleding vermaken als ik ergens een mooi tweedehands pak tegenkwam. Na corona heb ik zo’n twintig pakken naar de kledingbank gebracht. Daar paste ik niet meer in. Een paar heel mooie heb ik bewaard, misschien voor ooit op mijn oude dag. Mijn uiterlijk is misschien behoorlijk zakelijk, maar ik ben zelf vooral creatief. En volgens mij kun je dat ook prima zijn in een driedelig pak.’
Ken of ben jij iemand met een verhaal voor Humans of HR? We horen het graag! Stuur een mailtje naar profielen@hr.nl.
Tekst en foto: Sanne van der Most






Laat een reactie achter
Spelregels
De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.
Lees hier alle details over onze spelregels.
Back to Top