Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
15 augustus 2020

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

Een student, op zoek naar een onderzoeksvraag, doolt rond op zijn scriptie over een oceaan vol vraagtekens.

Scriptie schrijven? ‘Ik bleef de onderzoeksvraag aanpassen.’

Gepubliceerd: 24 May 2017 • Leestijd: 8 minuten en 12 seconden • Longread

Een goede onderzoeksvraag is cruciaal, zeggen ervaren afstudeerbegeleiders. Twee studenten vertellen hoe ze er, soms tot vlak voor de deadline, aan zaten te prutsen.

Het ingewikkelde aan de onderzoeksvraag, zegt Fedde Grunstra (om maar even met de deur in huis te vallen), is dat je tevoren moet aangeven wat je gaat onderzoeken, maar dat je eigenlijk pas na het onderzoek goed kunt zeggen wat de beste onderzoeksvraag is. ‘Hoe meer je weet, hoe beter je de onderzoeksvraag kunt formuleren’, zegt Grunstra, die vorig jaar met een negen afstudeerde bij de opleiding vastgoed & makelaardij. ‘Je kunt nooit voorkomen dat je door je onderzoek méér te weten komt, waardoor je je onderzoeksvraag toch moet aanpassen.’

[Lees hier de samenvatting & tips van dit artikel]

Sluit de onderzoeksvraag aan bij je onderzoek?

Op dit moment zitten honderden studenten van de Hogeschool Rotterdam weer aan hun scriptie te werken. Als het goed is, hebben zij hun onderzoeksvraag al lang af. Maar zelfs dan, als hij al af is, loont het de moeite om na te gaan of hij nog aansluit bij wat je inmiddels aan het onderzoeken bent.

Op één punt zijn de scriptiebegeleiders en de oud-studenten het namelijk met elkaar eens: een goede onderzoeksvraag kan het verschil maken.

‘Als de onderzoeksvraag niet in orde is, ga je voor bijna tachtig procent zeker nat’, zegt scriptiebegeleider Anne van Brussel van de opleiding informatica. ‘Dan ben je als een schip dat zonder bestemming de haven verlaat. Je gaat dwalen en laat je meeslepen door je enthousiasme.’

‘Als de onderzoeksvraag niet in orde is, ga je voor bijna tachtig procent zeker nat.’

‘Natuurlijk komt het ook wel voor dat een student met een goede onderzoeksopzet toch struikelt’, zegt Niels Kropman. Hij is afstudeercoördinator van vastgoed & makelaardij (en vorig jaar de begeleider van Fedde Grunstra). ‘Maar met een goede onderzoeksvraag vergroot je slaagkansen behoorlijk.’

Hoe kom je tot een goede onderzoeksvraag? Twee studenten leggen uit hoe zij het hebben gedaan. Met voorbeelden van hun onderzoeksvraag.

Voorbeeld: iets met particuliere verhuur

‘Het moeilijkste van de scriptie vond ik het ordenen en structureren van alle informatie en van alle data die ik had verzameld’, zegt Fedde Grunstra. Hij kijkt in een sfeervolle vergaderzaal in een historisch pand aan de Maliebaan in Utrecht terug op een succesvolle afstudeerperiode. Alles in één keer gelukt, hoog cijfer, en hij heeft er een baan aan overgehouden. Maar dat betekent niet dat het afstuderen vanzelf ging.

Grunstra begon zijn afstudeerstage bij Capital Value, hier in Utrecht, tussen de advocatenkantoren, consultants en makelaars, op het moment dat zijn collega’s met de drukste klus van het jaar bezig waren. ‘Het was al eind maart toen mijn eerste onderzoeksvraag door school werd afgekeurd en mijn collega’s hadden weinig tijd om uitgebreid met me te gaan brainstormen over een nieuwe vraag.’

Animatie van een onderzoeksvraag: iets met gemeenten op huurmarkt of hoe kan Capital Value adviseren...

Capital Value adviseert investeerders als woningcorporaties, banken en grote en kleine beleggers jaarlijks over honderden miljoenen aan investeringen in de woningmarkt. De directeur van het bedrijf vroeg Grunstra in eerste instantie om onderzoek te doen naar een nieuwe markt voor zijn bedrijf: particuliere verhuur. ‘Ze zagen dat er te weinig nieuwe huizen worden gebouwd voor de particuliere huursector’, vertelt Grunstra. ‘Het idee was dat ik kon uitzoeken hoeveel grond gemeenten in hun bezit hebben en op welke gronden op relatief korte termijn gebouwd zou kunnen worden.’ Dat zou het voor Capital Value mogelijk maken om beleggers te adviseren over de kansen die wellicht voor het oprapen liggen.

Waarom doe je dit?

Toen Grunstra op school een onderzoeksvraag van deze strekking inleverde, kreeg hij geen al te enthousiaste reactie. ‘Ze snapten in eerste instantie überhaupt niet waarom Capital Value zich met gemeenten zou bemoeien. Dat kon ik wel uitleggen, maar vervolgens vroeg mijn begeleider zich af wat ik dan met de verzamelde informatie van plan was. “Leuk onderzoek”, zei hij, “het gaat heel veel data opleveren. Maar wat ga je daar vervolgens mee doen?”. Ja. Dat wist ik eigenlijk ook niet.’

De onderzoeksvraag die hij begin februari inleverde was iets in de trant van ‘de rol van gemeenten op de huurmarkt’. Grunstra heeft Profielen inzicht gegeven in alle verschillende versies van zijn onderzoeksvraag sindsdien. Dat biedt een aardig inkijkje in zijn onderzoeks- en denkproces.

‘Ik begon pas na mijn literatuurstudie het “waarom” in te zien, daarna kon ik het “wat” en “hoe” zo invullen.’

De allereerste vraag naar de ‘rol van de gemeente’ verandert na een paar weken in ‘hoe verloopt de uitgifte van gronden bij gemeenten in de vrije sector huurmarkt?’ – nog steeds een heel feitelijke vraag, van het type dat je vooral aan het begin van je onderzoek stelt. Pas in april komt ook de opdrachtgever van Grunstra er met zijn onderzoeksvraag in: ‘Wat kan Capital Value voor deze gemeenten betekenen?’

Goedkeuring, halverwege de scriptie

‘Je bent hbo-er, je moet een beroepsproduct afleveren’, reflecteert Grunstra een jaar later. ‘Je moet je dus eigenlijk steeds afvragen waarom je iets doet, terwijl je vaak begint met “wat” en “hoe”. Waarom onderzoek ik dit? Als je dat weet, wordt alles makkelijker. Ik begon pas na mijn literatuurstudie het “waarom” in te zien, daarna kon ik het “wat” en “hoe” zo invullen.’

Vlak na de aprilversie krijgt Grunstra de definitieve goedkeuring voor zijn plan van aanpak, ongeveer halverwege zijn afstudeerperiode. ‘Het meeste werk zit dus in de laatste zes weken voor de deadline. Ik kreeg de definitieve goedkeuring voor mijn plan pas toen ik al een tussentijdse presentatie had gegeven over mijn scriptie.’

De volgende versie, van 2 mei, is weer iets scherper over wat de opdrachtgever nou uiteindelijk aan het onderzoek van Fedde Grunstra kan hebben. En een andere partij, de belegger, komt er voor het eerst in. ‘Hoe kan Capital Value als intermediair optreden tussen belegger en gemeente?’

Onderzoeksvraag dient doelstelling

Niels Kropman ziet wel vaker een dergelijke ontwikkeling bij studenten. ‘Ze beginnen met als doelstelling “onderzoek doen naar puntje-puntje-puntje”, maar dat is niet het doel, dat is het middel. Het doel is bijvoorbeeld een implementeerbaar plan of een advies. Je onderzoek dient dat doel.’

Kropman zag als begeleider bij Fedde Grunstra een omslag zodra hij ‘intern ging’, zoals hij dat noemt. ‘De eerste vraag is nog echt die van een student. Je ziet vaak pas later, als studenten daadwerkelijk bij het bedrijf aan de slag gaan, dat het steeds concreter wordt en beter afgebakend.’

Omdat een scherpe onderzoeksvraag zo belangrijk is, adviseert Kropman iedere student om niet pas met de opdrachtgever te gaan praten als ze aan hun afstudeerstage beginnen. ‘Je moet er zo snel mogelijk in duiken. Lees je in en ga praten met de opdrachtgever, docenten en met andere specialisten. Hoe eerder je de onderzoeksvraag scherp hebt, hoe meer tijd je hebt voor het echte onderzoekswerk.’

Invuloefening

Het echte onderzoekswerk bestond voor Grunstra onder andere uit een veertig pagina’s tellende data-analyse. ‘Die heb ik in twee dagen flink doortrekken opgeschreven. Dat kon alleen omdat ik alle achtergrondkennis inmiddels in mijn hoofd had. Het klinkt misschien oneerbiedig, maar als je eenmaal weet waarover je het hebt, wordt de scriptie toch een soort invuloefening.’

Helemaal aan het eind van het afstudeertraject veranderde Grunstra nog een paar woorden in zijn onderzoeksvraag. Hij zette er nog het woord ‘nieuwbouw’ in, zodat de rest van zijn scriptie nog beter op de onderzoeksvraag aansloot. Hij had de hele tijd immers alleen naar nieuwbouw gekeken.

‘Het is zaak om voor je inlevert te kijken of de doelstelling en onderzoeksvraag nog bij de conclusie aansluiten’, waarschuwt Niels Kropman van vastgoed & makelaardij. ‘Als je bij onze opleiding een onvoldoende hebt op dit onderdeel, haal je een onvoldoende voor je hele scriptie.’

Harde keuzes maken

Een goede onderzoeksvraag stuurt het hele scriptieproces, tot aan de laatste alinea van je conclusie. Welke vragen moet je beantwoorden? Welke onderwerpen behandel je wel en welke laat je uiteindelijk achterwege? Met een goede onderzoeksvraag kun je dit een stuk beter bepalen.

Animatie van een onderzoeksvraag: iets met ouderen of iets met eenzaamheid?

Maar een onderzoeksvraag maken is ook keuzes maken. Toen Grunstra achteraf ‘nieuwbouw’ in zijn onderzoeksvraag zette, was dat slechts een betere weergave van de keuze die hij al eerder had gemaakt: het zou niet gaan over renovatieprojecten of wat dan ook, maar over nieuw te bouwen particuliere huurwoningen op relatief snel te ontwikkelen gemeentegronden.

Voorbeeld: Iets met eenzaamheid

Hoe maak je zo’n specifieke keuze? Kennis en inzicht, ja, maar soms gaat het dieper. Het komt ook voor dat studenten hun originele vraag helemaal moeten loslaten. Grafisch ontwerper Bram Fritz merkte gaande het afstuderen dat hij bezig was om het verkeerde probleem bij de verkeerde mensen op te lossen. Hij merkte dat niet alleen kennis en inzicht een goede onderzoeksvraag maken, maar ook de mentale discipline om langgekoesterde ideeën rücksichtslos van tafel te vegen.

‘Ik liep al heel lang rond met het plan om iets met ouderen en eenzaamheid te doen. Vaak wordt over hen gepraat in een zielige context, maar ik wilde juist hun kracht zoeken’, zegt Bram Fritz aan de telefoon. Hij studeerde vorig jaar af aan de kunstacademie met een negen voor zijn onderzoek en een tien voor zijn bijbehorende ontwerpproject. ‘Mijn eerste idee was om te zoeken naar manieren om al die kennis en ervaring van ouderen in de maatschappij te verspreiden. Dat idee leverde gelijk veel positieve reacties op. Iedereen kan zich hier wel een voorstelling bij maken.’

Onderzoeksvraag laten vallen

Fritz las zich in, maar ging ook met de ouderen praten die hij als doelgroep voor ogen had. Daar kwam hij erachter dat zijn verwachtingen niet strookten met de werkelijkheid. ‘Ik zocht mensen die na hun pensioen actief wilden blijven. Maar de mensen die ik sprak, in bejaardenhuizen, hadden die behoefte helemaal niet. Die vonden het allemaal wel prima zoals het was.’

‘Zodra je een beetje expert bent, kun je echte keuzes maken.’

Het was lastig om het eenzaamheidsprobleem te laten vallen, zegt Fritz. ‘Maar toen ik de zoveelste oudere sprak die wel vier keer zei dat eenzaamheid niet zijn probleem was, toen moest ik het wel gaan loslaten.’

Fritz sprak ook met maatschappelijke organisaties die gepensioneerden inzetten als vrijwilliger voor allerlei doeleinden. Daar leerde hij dat hij zich beter op de net-gepensioneerden kon richten. Maar zelfs die groep was nog te breed. In de literatuur kwam hij een typering van vier verschillende soorten ouderen tegen, waarvan hij specifiek één groep nodig had. Zo kwam Fritz tot de conclusie dat hij niet eenzaamheid zou gaan bestrijden, maar dat hij de groep maatschappelijk betrokken, toekomstgerichte net-gepensioneerde ouderen wilde inzetten om startende ondernemers te helpen.

Tip: snel de diepte in

‘Mijn tip aan alle afstudeerders zou zijn om snel in het onderwerp te duiken. Zodra je een beetje expert bent, kun je echte keuzes maken. Als je erachter komt dat je onderzoeksvraag niet klopt, moet je die zonder al te veel sentimentele gevoelens veranderen. Ik ben blij dat ik er vrij snel achter kwam dat eenzaamheid niet het goede onderwerp was. Als je daar te laat achter komt, dan kun je misschien helemaal niet meer veranderen.’ Dan was hij, zegt Bram Fritz, waarschijnlijk ook bij eenzaamheid gestrand.

Scripties komen niet per se altijd via de rechte weg van onderzoeksvraag tot conclusie tot stand. Soms moet je je halverwege de reis even omdraaien en terugkijken en misschien zelfs teruglopen om het doel van je reis iets aan te passen, zegt Niels Kropman. Als een student zijn afstudeerbegeleiders tijdig bij dit proces betrekt, heeft hij daar geen enkel probleem mee. ‘Onderzoek is tenslotte als een ontdekkingsreis, waarbij nieuwe kennis en inzichten kunnen leiden tot een iets andere route naar je eindbestemming.’ (Bij zijn opleiding moeten grote veranderingen in de onderzoeksvraag soms wel opnieuw goedgekeurd worden, waarschuwt hij.)

‘De onderzoeksvraag moet geen harnas zijn’, zegt Grunstra. ‘Als je in de praktijk merkt dat je toch een andere kant op wilt, dan pas je de onderzoeksvraag toch gewoon aan?’

Tekst: Olmo Linthorst
Illustratie: Bart Zwart
Animaties: Demian Jansen & Bart Zwart

Lees hier meer over studietips!

Dit artikel wordt je aangeboden door Profielen, het nieuwsmedium van de Hogeschool Rotterdam. Like what you see? Like ons dan op Facebook en blijf via je eigen tijdlijn op de hoogte van het laatste nieuws. Liever een nieuwsbrief? Meld je hier aan voor een maandelijkse update.

Reacties

Laat een reactie achter

 

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de man/vrouw spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Aanbevolen door de redactie

Back to Top