Ga direct naar inhoud
Profielen | Profielen translated
13 augustus 2020

Zwart logo Profielen

Onafhankelijk nieuws van de Hogeschool Rotterdam

‘Hét ultieme bewijs dat feedback werkt, heb ik nog niet gevonden’

Gepubliceerd: 5 March 2018 • Leestijd: 7 minuten en 39 seconden • Longread

Docenten geven hun studenten feedback in allerlei soorten en maten. Mondeling en schriftelijk. Direct of uitgesteld. Klassikaal of individueel. Wat is het effectiefst? En wat werkt niet? ‘De sandwichmethode, die werkt niet.’

Dat feedback misschien wel het belangrijkste instrument is voor het leren, daarover bestaat in onderwijsland veel eensgezindheid. ‘Maar’, zegt Jorik Arts, docent aan de lerarenopleiding biologie van Fontys en feedbackexpert, ‘er zijn geen grote studies naar feedback gedaan, op het niveau van een hele hogeschool bijvoorbeeld.’

Er is een heleboel casuïstiek, kleine studies, waarvan de resultaten nogal verschillen. Er zijn twee meta-analyses gedaan van al die kleine studies en die laten zien dat het effect van goede feedback heel sterk is. Maar daar is wel wat op af te dingen. Mag je al die kleine onderzoekjes op een hoop gooien en de effecten optellen? Wat meet je precies? Leer je een aap een trucje of heeft er echt diep leren plaatsgevonden? En wat als dat diepe leren plaatsvindt na het meetmoment? Hoe weet je of een student een bepaalde ontwikkeling niet ook had doorgemaakt als hij andere feedback had gekregen?

En dus zegt Arts: ‘Hét ultieme bewijs dat feedback werkt, heb ik nog niet gevonden, zeker niet als het gaat om complexe taken op een hoog cognitief niveau, zoals academische schrijfvaardigheid, het analyseren van teksten of je eigen visie formuleren op basis van drie bronnen. Juist hierin investeren we in het hbo veel.’

Eenduidige feedback

Jan Wulterkens herkent wat Arts zegt over feedback op complexe taken. Wulterkens is docent bedrijfseconomie en bedrijfsadministratie bij de opleiding bedrijfseconomie van de Hogeschool Rotterdam. Ook daar is het zoeken naar de juiste manier van feedback geven, zeker bij abstracte onderwerpen zoals onderzoeksvaardigheden of argumenteren. ‘De meeste docenten geven er hun eigen invulling aan, maar als opleiding proberen we om juist die complexe feedback eenduidiger te maken. We zijn met zes docenten bedrijfseconomie en bedrijfsadministratie en geven aan elf klassen les, zowel theorie als projecten. We trekken veel met elkaar op. Tijdens onze wekelijkse vergaderingen maken we afspraken met elkaar, ook over feedback: Wat is belangrijk? Wat weegt het zwaarst? En hoe ziet jouw schriftelijke feedback eruit?’

Schriftelijke feedback lijkt iets effectiever dan mondelinge feedback.

Daarnaast hebben docenten van de kernvakken een vaste klas, net als de studieloopbaancoaches (slc’s). Docenten en slc’s hebben regelmatig contact, onder andere over de feedback die zij studenten geven. ‘Een vaste docent en een vaste slc zijn volgens ons voorwaarden voor eenduidige, en daarmee goede, feedback.’

Handvatten voor leren

Ook al is de wetenschappelijke onderbouwing onder veel feedbackonderzoek dun, we weten wel wat. Dat feedback consistent moet zijn, zoals Wulterkens zegt, is slechts één succesfactor. Net zo belangrijk, zegt Arts, is dat duidelijk is wat de doelen van een opdracht zijn en dat die doelen gekoppeld zijn aan het beoordelingsmodel. Docenten moeten hun feedback op tijd geven en die moet formatief zijn. Dat betekent dat je de prestaties van een student niet vergelijkt met die van andere studenten, maar met zijn of haar eerdere resultaten. Feedback moet niet al te algemeen zijn en helder worden geformuleerd, maar vooral handvatten geven voor het leren.

Dat klopt, zegt tweedejaars Nederlands Geonne. Het helpt haar als zij in de kantlijn ziet: ‘Lees deze zin nog eens. Wat klopt er niet aan?’ ‘Dan ga ik zelf op zoek naar een andere formulering en kom ik er altijd wel uit. Ik moet alleen even dat duwtje krijgen.’

Ook eerstejaars lerarenopleiding wiskunde Bruce ervaart dat zo. ‘Ik leer het meest van feedback die me aan het denken zet, die me niet kant-en-klaar voorschotelt hoe het wel moet.’ Deze vorm van feedback heeft een naam: feedback gericht op zelfregulering. Het geeft studenten handvatten om zichzelf te evalueren.

Ook feedback op het proces is helpend, wijst onderzoek uit. Deze vorm van feedback gaat over de verwerking van kennis, over leerstrategieën. De feedback kan bijvoorbeeld zijn: ‘Maak gebruik van database A’ of: ‘Zoek je literatuur ook eens daar.’

Filmpjes

Maakt het uit of feedback mondeling of schriftelijk wordt gegeven?

Schriftelijke feedback lijkt iets effectiever, zegt Arts. Van mondelinge feedback onthoud je maximaal twee of drie onderwerpen, maar feedback is vaak opgebouwd uit vijf punten: twee opmerkingen over wat goed ging en twee tot drie verbeterpunten. En bij mondelinge feedback blijft meestal alleen het goede nieuws hangen.

Bruce zweert bij mondelinge feedback. ‘Vooral als die kort op de toets of presentatie volgt.’ ‘Veel studenten hebben een voorkeur voor mondelinge feedback’, erkent Arts, ‘maar om elke student individueel mondelinge feedback te geven, daar hebben we gewoon niet genoeg tijd voor. Mondelinge klassikale feedback wordt naar het einde van de opleiding toe steeds moeilijker, omdat de variatie in projecten waar studenten mee bezig zijn dan vaak te groot is. Om studenten tegemoet te komen, willen we gaan experimenteren met filmpjes met mondelinge feedback. Die kunnen studenten dan nog eens terugluisteren en zo kunnen ze hopelijk toch alle feedbackpunten meepakken.’

Zelfvertrouwen

Wat werkt niet? De sandwichformule, zegt Arts. ‘Het is een favoriete methode van veel docenten: kritiek verpakken tussen twee laagjes complimenten. Alleen de laatste boodschap, het compliment, blijkt te blijven hangen.’

De sandwichformule, kritiek verpakken tussen twee laagjes complimenten, werkt niet.

Wat ook niet werkt, is feedback op de persoon. In het beste geval kan dat zijn: ‘Je bent een geweldige student’, maar voor hetzelfde geld hoor je: ‘Ik vraag me af of het ooit goedkomt met jou.’ Studenten kunnen met dit soort opmerkingen niet zo veel, maar negatief geformuleerde feedback op de persoon kan wel een deuk in het zelfvertrouwen opleveren.

Peerfeedback (beoordelingen door klasgenoten), een hitje in hbo-land, is ook niet effectief. Meestal gaan die beoordelingen niet verder dan: ‘Iets duidelijker praten’ en ‘De groep goed aankijken’. Arts: ‘Docenten nemen in hun feedback mee waar een student in zijn ontwikkeling zit en wat hij moet doen om zich in de toekomst verder te ontwikkelen. Dat heet feedforward. Docenten bewaken het hbo-niveau. Dat kan je van studenten onderling niet verwachten. Nu is het nog vaak zo dat studenten elkaar wel feedback moeten geven, maar dat ze nooit geleerd hebben hoe dat moet. Dat is gewoon gemakzucht van docenten. Als je wilt dat studenten een actieve rol krijgen in het formuleren van feedback, dan moet je ze dat ook leren.’

Daar is Wulterkens het helemaal mee eens. ‘Peerfeedback in projecten is een belangrijke competentie in onze opleiding. Dat is wat je later, als je bijvoorbeeld controller bent, goed moet kunnen.’ En daarom zet de opleiding bedrijfseconomie erop in. ‘Maar studenten doen dat bij ons inderdaad niet uit de losse pols. We werken met checklists om het werk van je groepsgenoten in projecten te beoordelen en met de 4G-methode die door alle slc’s wordt gebruikt. De vier G’s staan voor gedrag, gevoel, gevolg en gewenst gedrag en daarmee kun je bijvoorbeeld storend gedrag van een student bespreken: Ik heb gemerkt dat je de laatste tijd vaak te laat komt. Dit geeft mij het gevoel dat jij je werk niet zo serieus neemt. Ik heb gemerkt dat de anderen in de groep zich daaraan beginnen te ergeren. Ik zou graag willen dat je voortaan op tijd komt.

Tranen

Feedback leidt niet zonder meer tot leren, het kan er zelfs een negatief effect op hebben. Emoties kunnen in de weg staan. Als een student door de feedback in tranen is, kan hij sowieso de inhoud ervan niet tot zich nemen.

Het ontvangen van feedback wordt beïnvloed door zelfvertrouwen, ervaringen en angst. De mindset van studenten levert enorme verschillen op voor hoe zij omgaan met leersituaties en hoe gemotiveerd ze zijn en blijven. De psycholoog Carol Dweck maakt een onderscheid tussen growth en fixed mindset, de overtuiging dat bijvoorbeeld intelligentie een vaststaand gegeven is of dat intelligentie ontwikkeld kan worden. Dat verklaart ook waarom sommige studenten actief op zoek zijn naar feedback en andere de toetsinzage-uurtjes het liefst vermijden.

Ook de kwaliteit van de feedback heeft invloed op de opnamecapaciteit van studenten. Als feedback slecht geformuleerd is, willekeurig is of bot, kunnen studenten er weinig mee. Het kan ook zijn dat de feedback gekoppeld is aan doelen en criteria die de student niet begrijpt, te laat gegeven wordt om bruikbaar te zijn of niet bruikbaar is voor volgende taken. Ook dan heeft het niet zo veel zin.

Hulpmiddelen

Er zijn digitale tools die docenten kunnen helpen efficiënte feedback te geven. Turnitin, GradeWork en KungFu Writing zijn de bekendste. Arts: ‘Feedback die voor veel studenten relevant is, hoef je zo maar één keer te formuleren. Dan kan je de tekst met een druk op de knop delen met individuele studenten, inclusief een link die bijvoorbeeld verwijst naar een bron.

‘Deze tools maken het werk echt makkelijker, want het zijn ook cursustools. Wat ingeleverd wordt, komt meteen in het juiste mapje bij de juiste klas, er wordt automatisch een plagiaatcheck gedaan en er is een koppeling met de cijferadministratie. En het kan niet meer gebeuren dat een student per ongeluk een scriptie naar de verkeerde docent stuurt.’

Feedback kan een negatief effect hebben op leren.

Bij de opleiding bedrijfseconomie wordt Edumundo gebruikt, vertelt Wulterkens. Daarmee kun je digitaal toetsen en de progressie van studenten in kaart brengen.

Docententeams kunnen ook samen tools ontwikkelen om feedback te standaardiseren, zegt Arts. Samen met zijn collega’s maakte hij een A4’tje met hulpvragen om verslagen te beoordelen: Welke onderdelen zijn goed en waarom? Welke onderdelen zijn minder goed en waarom (geef concrete voorbeelden uit het verslag)? Welke onderdelen voldoen nog niet aan de gestelde criteria? Waarom? En: Op welke gemaakte keuzes moet de student nog reflecteren? Docenten en studenten zijn er blij mee.

Om feedback uit het verleden mee te nemen naar het heden en de toekomst maakten ze ook een tool voor studenten waarmee ze konden aangeven wat hun laatst beoordeelde dossier was, wat hun eindcijfer daarvoor was en welke verbeterpunten erin werden aangegeven.

Om de eenvormigheid te vergroten, werken Arts en zijn collega’s van de lerarenopleiding biologie in Tilburg ten slotte aan één beoordelingsmodel dat in het hele curriculum, van jaar 1 tot en met het afstuderen, kan worden gebruikt. Op dit moment zijn er aparte modellen voor de p-fase, de hoofdfase en het afstuderen. ‘We denken dat het hierdoor voor studenten ook duidelijker wordt waar zij gedurende de hele opleiding op beoordeeld zullen worden.’

Nobelprijswinnaars

Over feedback geven en ontvangen weten we nu meer dan een paar decennia geleden, zegt Arts, ‘maar we weten nog steeds niet genoeg en daarom hoop ik dat we een stap gaan maken van casuïstiek naar een grote studie naar feedback’. Om zichzelf meteen te relativeren: ‘De generaties voor ons zijn met gebrekkige kennis over feedback toch heel ver gekomen. Daar zaten ook Nobelprijswinnaars tussen. Dat moeten we niet vergeten.’

Tips voor het geven van feedback
– Zorg voor heldere leerdoelen en criteria en maak duidelijk wat de verwachte prestatie is (bijvoorbeeld aan de hand van voorbeelden).
– Bespreek als docententeam wat de verwachte prestatie is.
– Zet waar mogelijk een vaste docent voor de groep. Voor feedback is het belangrijk om te weten welke student je voor je hebt.
– Geef positieve en negatieve feedback in een verhouding van ongeveer 3:1.
– Geef ook eens progressiefeedback. Welke vooruitgang heeft deze student het laatste jaar geboekt? Dit bevordert zelfvertrouwen en motivatie.
– Breng hiërarchie in de feedback aan.
– Gebruik digitale tools als Turnitin, GradeWork, KungFu Writing en Edumundo.

Tekst: Dorine van Namen
Illustratie: Demian Janssen

Dit artikel wordt je aangeboden door Profielen, het nieuwsmedium van de Hogeschool Rotterdam. Like what you see? Like ons dan op Facebook en blijf via je eigen tijdlijn op de hoogte van het laatste nieuws. Liever een nieuwsbrief? Meld je hier aan voor een maandelijkse update.

Reacties

Laat een reactie achter

3 Responses to ‘Hét ultieme bewijs dat feedback werkt, heb ik nog niet gevonden’

  1. ‘De generaties voor ons zijn met gebrekkige kennis over feedback toch heel ver gekomen. Daar zaten ook Nobelprijswinnaars tussen. Dat moeten we niet vergeten.’
    Die Nobelprijswinnaars waren ook vaak slimmer dan hun docenten 😉
    Maar zonder gekheid: dat zij het redden zonder goede feedback, zegt weinig over het nut van feedback voor de gemiddelde student aan de HRO.

  2. Wie écht aan de slag wil met feedback (of formatief toetsen) kan ik het werk van Dylan Wiliam aanbevelen (zo ongeveer dé autoriteit op het gebied van feedback/formatieve assessment).

    Er bestaan veel verschillende manieren om effectief feedback te geven, het probleem zit hem vooral in de context.

    Wat inmiddels duidelijk mag zijn is dat feedback bewezen effectief is wanneer rekening wordt gehouden met belangrijke ontwerpprincipes om studenten van goede feedback te kunnen voorzien. Met andere woorden, je moet de juiste leersituaties kunnen creëeren, anders leidt feedback inderdaad niet per se tot betere leerprestaties (integendeel zelfs).

  3. Hmmmm afstudeeropdracht komt in concept terug op bureau van docent bomvol spel- en stijlfouten. Feedback docent: 1) enige op- en aanmerkingen tav inhoud en 2) het zou verstandig zijn de tekst te laten doornemen op taalgebruik. Rapport komt aangepast op inhoud terug maar met zelfde spel- en stijlfouten. Feedback docent : Laat svp rapport door een taaldocent doornemen op spel- en stijlfouten. Rapport komt derde maal terug met dezelfde spel- en taalfouten: feedback docent: Je MOET het rapport door laten nemen op spel-en stijlfouten anders gaat het hele afstuderen verder niet door: zo kan het rapport niet naar de drukker. Pffffffff. Hoe duidelijk moet je zijn in feedback. Moet zo een student uberhaupt door?

 

Spelregels

De redactie waardeert het als je onder je eigen naam reageert.

  1. Houd het netjes, beschaafd, vriendelijk en respectvol. Niet vloeken of schelden.
  2. Dwaal niet af van het onderwerp (blijf ‘on topic’).
  3. Wees kort, duidelijk en maak een punt.
  4. Gebruik argumenten, geen uitroepen.
  5. Geen commerciële boodschappen.
  6. Niet op de man/vrouw spelen.
  7. Niet discrimineren, aanzetten tot haat of oproepen tot geweld (ook niet voor de grap).
  8. Van bezoekers die een reactie achterlaten op de site wordt automatisch het IP-adres opgeslagen.
  9. De redactie geeft reacties die dreigende taal bevatten door aan de veiligheidscoördinator van de Hogeschool Rotterdam.

Lees hier alle details over onze spelregels.

Recente artikelen

Gepubliceerd: 4 weeks ago

Een groep internetcriminelen stond vanaf de kerstvakantie tot vorige week onder observatie van cybersecurityspecialisten van de Hogeschool Rotterdam. Jeffry Sleddens, hoofd dataveiligheid van de HR, kon met zijn team zien hoe de criminelen bankrekeningen plunderden, laptops stalen, phishing-aanvallen opzetten…

Back to Top

%d bloggers like this: